
Peyrusse-le-Roc ****Prachtig spookstadje vol ruïnes in de Aveyron
In de Aveyron struikel je bijna over de mooie dorpen en Peyrusse-le-Roc hoort daar zeker bij. Het ligt prachtig op een bergkam tussen twee groene valleien, het heeft prachtige straatjes en een heerlijk lommerrijk dorpsplein. Maar het dorp heeft veel meer te bieden want dit was ooit het economische en bestuurlijk middelpunt van de regio.
Dankzij een zilvermijn stond hier in de middeleeuwen een drukke stad met vol met ambacht en handel. Tevens was er een rechtbank en zetelde hier het bestuur van de streek. Het geheel werd beschermd door dikke muren en een groot kasteel waar nu het dorp is.
En van die stad is nu niet veel meer over dan een paar ruïnes en die vormen één van de leukste toeristische plekken in de streek. Al hebben de inwoners dat nog niet helemaal door, want echt toeristisch is het niet. En wij eigenlijk ook niet.
Je kan je nog zo goed voorbereiden op je vakantie maar mijn ervaring is dat je tijdens elke reis wel ergens door wordt verrast. Eén daarvan was Peyrusse-le-Roc, een prachtig gelegen dorp in de Aveyron met een rijke geschiedenis én daarbij behorende ruïnes. En dan heb ik het niet over een paar gestapelde stenen van een kasteel van een of andere flauwe roofridder, maar over een heel stadje dat eeuwen gelden is verlaten. We hebben het hier over een originele spookstad bij een oude zilvermijn en dat klinkt meer als een Western dan een Frans dorpje.
- 'Twintowers'
- Ruïne van kerk en synagoge
Wandeling
Klik op de kaart voor grotere versie.
Aveyron; schatkamer van dorpen
Ondanks dat we op minder dan twee kilometer van Peyrusse-le-Roc een gite hadden, best een leuke overigens, bezochten wij Peyrusse-le-Roc pas op de laatste dag. Zo gaat het vaak als je ergens vlakbij woont; je ontdekt pas laat hoe leuk het is. Nu waren we bij aankomst al door het dorpje gereden en we hadden al een paar keer het afval weggebracht maar van een echt bezoek was het nog niet gekomen.

Het dorp ligt op een bergkam en heeft aan twee kanten een prachtige uitzicht op het landschap.
Niet zo gek want de Aveyron is een streek waar ze de mooie dorpen zo’n beetje hebben uitgevonden waardoor we het maar druk hadden met het bezoeken van andere dorpen zoals Belcastel, Najac en Conques. Met al dat moois om je heen vergeet je al snel dat er om de hoek een geweldig dorp ligt.
Na een extreme warme week besloten we het de laatste vrijdag wat rustiger aan te doen. De warmste dagen waren voorbij en aan alles voelde je dat er een storm op komst was. Na een uurtje in de tuin van onze gite vroegen we ons toch af of we toch niet iets moesten gaan doen nu het nog droog was. En dus gingen we toch maar even een kijkje nemen in het dorp waar we officieel een week te gast waren en dat viel helemaal niet tegen.
Op een bergkam tussen groene valleien

De Office du Tourisme was dicht maar er staan voldoende wegwijzers om niet de weg kwijt te raken.
Het huidige Peyrosse-le-Roc ligt op een pas tussen twee prachtige groene valleien. De huizen zijn bijna allemaal gebouwd in de achttiende eeuw en het geheel ademt een gemoedelijke zuidelijk sfeer.
Zoals vaak parkeerden wij de auto rond lunchtijd. En ondanks dat we in onze gite nog een gebakken ei hadden genuttigd, kregen we het moeilijk bij het passeren van het plaatselijke café. De geluiden, de geur en de gezelligheid van het terras wezen erop dat de lunch aanstaande was en dat was aanlokkelijk.
Opvallend detail daarbij is dat een groot deel van het terras zich bevindt in de tuin van de burgemeester, die, volgens het bord op het hek, tevens de historicus van het dorp is. Een prachtige titel natuurlijk die je in Nederland dat niet zo snel op een bordje zal zien.
Pleintje bij de kerk
De charmante straatjes leidden ons gelukkig van de aanstaande lunch af waar we terechtkwamen op een vriendelijk pleintje naast de kerk. Een kerk nodigt altijd uit om even te bestuderen. Het betreft hier een vrij sobere versie met boven de entree een interessant beeldje van Maria met kind. Ook binnen is de kerk niet erg uitbundig maar het loont toch de moeite om even naar binnen te lopen.
Dit gedeelte van het dorp was niet helemaal nieuw voor ons want bij het wegbrengen van het afval konden wij de nieuwsgierigheid niet konden bedwingen en waren we even kort door het dorp gelopen. Een groot bord bij de eerder genoemde poort had ons toen al duidelijk gemaakt dat er hier meer was te beleven.
Op het pleintje was die avond één jongetje aan het voetballen. Een beetje jammer en ik stelde mij voor dat er verder geen leeftijdgenootjes in het dorp waren die met hem een balletje konden trappen. Deze gedachte werd nog eens onderstreept omdat hij zo nu en dan de bal met enige frustratie de bal hard en hoog tegen de kerk aantrapte. Nu ben ik geen gelovig man en ik vind dat de jeugd de ruimte nodig heeft om hun sportieve ambities te kunnen ontwikkelen, maar om daarvoor een eeuwenoude kerk daarvoor op te offeren gaat mij toch aan het hart. De kerk kon het wel hebben, bleek.

De poort in het dorp markeert de plaats waar in de middeleeuwen een burcht stond waar de stad en omgeving vanuit werd geregeerd.
Toen ik twee dagen later ik de kerk nog eens goed van buiten bekeek zag ik ineens dat de toekomst van het jongetje niet in de Europese stadions lag. Zijn voetbal lag namelijk op een vensterbank van een hoog venster in de klokkentoren gespietst op de stekels die duiven moet beletten te landen op het monument. Terwijl ik mij afvroeg of dit nu terecht was of niet werd ik afgeleid door een schilder die op de eerste etage van het huis tegenover de kerk een schilderij aan het maken was. Kerk, kasteel, pleintje en een kunstenaar; dit is een Frans dorp éénentwintigste eeuw!
Even verder op het plein is de Office du Tourisme te vinden waar je voor een klein bedrag een audiotoer met kaart van het dorp kan kopen. Natuurlijk was hij gesloten want het was lunchtijd. Veel maakt het niet uit want de route naar het middeleeuwse stadje, of wat er van over is, staat goed aangegeven.
Zilvermijnen
Peyrusse-le-Roc was namelijk aan het einde van de middeleeuwen een redelijke stad met meer dan 3500 inwoners. In deze streek is dat nu al een flink dorp maar zeker in de dertiende eeuw was dat groot. Naast de strategische ligging was de aanwezigheid van een zilvermijn de reden waarom het hier een bedrijvige boel moet zijn geweest.
Deze mijnen werden al in de oudheid geëxploiteerd maar pas in de achtste eeuw voor het eerst genoemd toen Pepijn de Korte, gezien zijn bijnaam vreemd genoeg de vader van Karel de Grote, Peyrusse probeerde te veroveren.
Verlaten stad

De kerktoren van de kerk is oorspronkelijk gebouwd als een toren van het kasteel. Het is één van de weinige overbleven onderdelen van het verdedigingswerk. Als je goed kijkt ligt er een voetbal op de vensterbank voor de zuil tussen de twee onderste ramen.
De stad was in de zeventiende eeuw over zijn hoogtepunt heen toen langzaam maar zeker het zilver uit Amerika werd geïmporteerd. Rond 1700 was het klaar en kort daarna wisselden de laatste bewoners de benedenstad in voor het huidige dorp op de heuvel. De stad verloor haar bestuurlijke functie, de plaatselijke baljuw zetelde hier, en werd in bezit genomen door de natuur tot dat een aantal jaar geleden werd besloten om de ruïnes toegankelijk te maken voor het publiek.
Het plein naast de kerk was ooit onderdeel van het kasteel dat hier stond. Alleen de eerder genoemde poort en de toren van de kerk zijn nog overblijfsel van de burcht. De stad zelf had zijn eigen verdedigingswerken en dat is ook het eerste wat je ziet als je afdaalt.
De twee torens van Roc de Thaluc
Vlak na het verlaten van het dorp sta je op een terras met een prachtig uitzicht op een twee torens op een enorme rots. Het geheel heet Roc de Thaluc en doet denken aan het aan Lord of the Rings film. Wie wil kan via drie steile trappen, ladders bijna, de torens nader bekijken. Dat is minder eng dan het lijkt maar voor mensen die minder goed ter been zijn zou ik het niet aanraden.

De twee torens van Roc-de-Thaluc staan op een 150 meter hoge rots en domineren de omgeving. Je kan er met een steil trap komen.
De torens geven een beetje een beeld dat hier een belangrijk stadje was dat verdedigd moest worden. Het schijnt dat de hele stadje ommuurd is geweest en dat lijkt mij niet onwaarschijnlijk aangezien Frankrijk in de late middeleeuwen werd geteisterd door gewapende conflicten zoals de Honderdjarige Oorlog.
Als je verder afdaalt duik je als snel een bos in waar een aantal zaken met betrekking tot de mijn zijn te bewonderen. Daarna kom je bij een splitsing met een oude donjon dat ook deel uit maakte van de verdedigingswerken van de stad. Ook kom je langs een praalgraf uit de veertiende eeuw dat nu goed is beschermd tegen de elementen en toeristen. Het staat bekend als het graf van de koning maar het was mij niet duidelijk wie er in heeft gelegen.
Ruïne van kerk
Indrukwekkend wordt het als je de overblijfselen van de kerk ziet. De ruïne is duidelijk te herkennen als kerk met zijkapellen en bogen maar het overgrote deel van dit religieuze bouwwerk is verdwenen en overgenomen door de natuur. Het lijkt mij niet onwaarschijnlijk dat het in de achttiende eeuw is gebruikt als steengroeve bij de bouw van het huidige dorp.
Toch is dit bijna een magische plek omdat het wel duidelijk wordt onderhouden maar toch ook helemaal verwilderd. Ik ben in Engeland ooit in Fountains Abbey geweest, een verwoest klooster, en daar hing een beetje dezelfde sfeer.

De ruïne van de oude kerk is een bijzondere plek waar de natuur bezit heeft genomen van het gebouw.
Bijzonder is ook de synagoge die tegen de kerk is aangebouwd. Nu is het niet veel meer dan vier muren maar de kennis dat in dit kleine gebouw ooit Joodse eredienst is gehouden is wel bijzonder. Zeker omdat je in Frankrijk sowieso weinig Joodse gebouwen ziet.
De laatste grote ruïne is een oud ziekenhuis genaamd Hôpital des Anglais. Waarom het zo heet ben ik niet achter gekomen maar het is een enorm gebouw dat dienst deed als ziekenhuis. Dat zie je wel meer bij mijnsteden want ook in Elzas bezochten we een oude mijn waar en ook daar was een ziekenhuis. Daar werd verteld, en ik ga er vanuit dat ze hier goede bronnen voor hebben en dus waar is, dat elke mijnwerker in de zestiende eeuw een deel van zijn opbrengst afstond aan het ziekenhuis. Een voorloper van een ziektekostenverzekering waar ze in Amerika nog steeds mee worstelen.
Helemaal beneden sta je vrij plots bij een bergbeek waar een nog een brug en een kapel in opvallende goede staat. Deze heet de Notre-Dame-de-Pitié en is in de negentiende eeuw helemaal herbouwd. Helaas is hij niet open. Bij plek bij de beek is samen met het begin van de wandeling bij de torens een perfecte plaats voor een picknick.
Zeker op warme dagen biedt het stomende water ook nog eens verkoeling. Wees wel een beetje zuinig met de wijn want om terug te komen naar het dorp moet je nog flink klimmen. Je kan deze wandeling doen op slippers, maar je doet er goed aan om je schoenen aan te doen.
Voor de wandeling naar boven volg je het zelfde pad omhoog maar sla je bij de donjon af. Dit pad leidt je langs nog een oude poort waar tegenwoordig weer gewoon mensen wonen. Daarna is het even zoeken en volg een pad links terug naar het dorp. Dit is best steil en je hebt het idee dat je door iemands tuin loopt maar uiteindelijk sta je aan het begin van de straat. Nog even klimmen en dat dat je weer bij de uitnodigende dorpskroeg. Na een stevige klim is een koel drankje wel een verdiende beloning.
Video van Peyrusse-le-Roc
Beelden van Peyrusse-le-Roc
















E-Magazine Aveyron
In bezit een ereader of tablet? Download dan het E-Magazine over de Aveyron. Deze lees lekker je op je vakantieadres en ontdek je mooiste dorpen en leukste plekken.

Evenementen in Peyrusse-le-Roc
Kaart van Peyrusse-le-Roc en omgeving
Les plus beaux villages de France weergeven op een grotere kaart
In de buurt van Peyrusse-le-Roc
Franse feestdagen en tradities
De Fransman is iemand van tradities, vastgeroeste gewoontes, gebruiken, rituelen die ze niet snel of misschien nooit zullen veranderen. Eén van die vaste tradities is het Franse dorpsfeest. Ieder dorp, maar dan ook ieder dorp heeft één keer per jaar zijn dorpsfeest, meestal gehouden in juli en augustus. Je kunt het een beetje vergelijken met […]
Saint-Côme-d’Olt: middeleeuws dorp langs de Aveyron
Naast de kerk heeft het dorp nog veel van de middeleeuwse bebouwing staan. Zelfs de muur die Saint-Côme-d’Olt eeuwen geleden beschermde staat er voor een groot gedeelte al is die nu wel verbouwd tot de gevels van mooie herenhuizen. Het centrum is zoals je verwacht van een middeleeuws dorp met nauwe straatjes en steegjes. Tot slot is er natuurlijk een kasteel dat in de dertiende eeuw is gebouwd en nu dienst doet als gemeentehuis.
Estaing: dorp op de route naar Saintiago in de Aveyron
Zwembad met uitzicht
Estaing was het eindstation van de dag want rond een uur of één was het kwik boven de veertig graden gestegen en gingen we op zoek naar een zwembad. Gelukkig ging het gemeentelijke zwembad van Estaing na een uurtje open. Niet groot maar waarschijnlijk niet druk en dat was dus prima op dit moment.

Als je in de straatjes loopt heb je meer het idee in een stadje te lopen dan een dorp.
Ik ben dol op gemeentelijke zwembaden in Frankrijk. Het zijn er veel, zijn redelijk goed onderhouden, vaak niet te druk, er zijn weinig toeristen en het kost bijna niets om binnen te komen. Als gezin zijn we altijd tussen de 6 en 10 euro kwijt en dat is prima om even af te koelen. Daarbij krijg je vaak gratis een goede vormgeving bij want voor veel zwembaden is de architect echt even gaan zitten en als je dat zie je direct. Zeker de zwembaden uit de jaren vijftig en zestig zijn soms echte pareltjes.
Ook de plek van een openbaar zwembad is vaak bijzonder en het zwembad in Estaing is geen uitzondering. Het ligt namelijk precies tegenover het kasteel en je hebt dan ook een prachtig uitzicht tijdens het zwemmen.

De oude priorijkerk waar de relieken van de plaatselijke heilige liggen.
Maar voordat we in het water sprongen hebben we ons prima vermaakt in het dorp. Hoewel het midden in het hoogseizoen was konden we de auto gewoon op de boulevard naast de rivier parkeren. Deze streek lijkt nog niet ontdekt te zijn door de hordes toeristen en het is te hopen dat dat nog even zo blijft. Al bleek dat even later niet het geval.
De straat die vanaf de rivier loopt voelt helemaal niet aan als een dorp. Je hebt het idee dat je hier door een stadje loopt en dat is ook eigenlijk het geval. Estaing heeft nu zo rond de zeshonderd inwoners maar dit getal is eeuwen veel hoger geweest en zeker in deze streek kan je dan wel spreken over een stadje.
Hoewel het stadje op een strategische staat, heeft het nooit militaire betekenis gehad. De welvaart kwam voor een deel omdat Estaing een regionale bestuursfunctie had maar de grootste inkomsten bron waren altijd de pelgrims. Omdat je hier op weg naar Conques de Lot kon oversteken werd het de eerste pleisterplaats vanaf Le Puy dat één van de meest populaire startplaatsen was.
Middeleeuwse brug
De brug die de pelgrims namen is er nog steeds. Het huidige exemplaar werd in 1490, dus nog net in de middeleeuwen, gebouwd en wordt nog steeds gebruikt. Bij aankomst zagen we er een grote vrachtwagen rijden en hoewel het er een beetje raar uitziet kan de brug het kennelijk goed hebben.
Omdat in de veertiende eeuw de stad de relieken van Saint Fleuret op de kop tikte, werd zelf ook een plegrimsplaats. De relieken worden bewaard in een eigenaardig kerkje tegenover de ingang van het kasteel.
Karakteristiek plek
Het pleintje in het centrum is één van de meest karakteristiek plekken van het dorp omdat zowel de kerk als het kasteel hoger liggen. Om bij de ingang van de kerk te komen moet je eerst een flinke trap beklimmen. Vanwege de warmte en omdat de trap in de volle zon lag stond ik bovenaan toch een beetje naar adem te happen. Om dit te maskeren besloot ik dat het beeld dat voor de ingang van de kerk staat eens goed te inspecteren.
Dit bleek een gouden greep want wat het is een interessant stukje beeldhouwwerk. Zo leuk dat terwijl ik het bekeek onderaan de trap een bus met toeristen was geleegd. De meute stond voordat ik het door had om mij heen en werden er druk selfies geschoten. Gezellig hoor maar het verstoorde mijn kunstgenot behoorlijk. Ik had die ene toeristische bus die hier per week stopte getroffen.
Half geïrriteerd vluchtte ik de schaduw van de kerk binnen waar ik werd getrakteerd op een barokke altaar vol met zuiltjes en andere gouden elementen. Genoeg details om even goed te bekijken al was ik bang dat de toeristische horde mij snel zou volgen. Maar dat gebeurde niet, het bleef stil in het kerkje. Enigszins nieuwsgierig ging ik buiten kijken waar geen toerist, behalve mijzelf, meer was te bekennen.
Een bericht op mijn telefoon wees mij erop dat mijn gezinsleden hadden ontdekt dat het zwembad binnen tien minuten zou openen. Waar ik bleef. Ik trof ze op een terras naast het rivier waarna we naar het zwembad liepen. Daar kwamen we erachter dat juist die middag er zwemles was en aangezien wij al konden zwemmen besloten we een paar dorpen verder te gaan zwemmen.
Kasteel
Het kasteel heb ik niet van binnen gezien maar je kunt het wel bezoeken. Het bouwwerk was in het begin van deze eeuw nog onderdeel van een flinke politieke rel. Bij wie het rijtje Franse presidenten goed in het hoofd zit, was al onmiddellijk een belletje gaan rinkelen bij de naam Estaing.
Begin jaren tachtig had Frankrijk een president Valéry Giscard d’Estaing genaamd. Misschien wel de president met de mooiste naam al zijn de meeste mensen hem al lang vergeten maar hier niet.
Het kasteel werd namelijk 2005 verkocht aan hem en zijn broer en dit was goed voor een behoorlijke nationale beroering. Het kasteel had jaren lang dienst gedaan als school, bejaardenhuis en créche en werd zonder het te koop had gestaan verkocht.
De verkopende partij klaagde over de lage prijs. En daar zat wel wat in want een heel kasteel voor iets meer dan vijf ton is inderdaad een koopje. Helemaal als je bijna het zelfde bedrag aan subsidie krijgt om het op te knappen. Zo gaan die dingen soms in Frankrijk.
Sainte-Eulalie-d’Olt: dorp in cirkelvorm langs de Lot
Brousse-le-Château: kasteeldorp in de Aveyron
Sauveterre-de-Rouergue: vestingstadje aan de Aveyron
Peyre: dorp onder het viaduct van Millau
Belcastel: dorp met kasteel aan de Aveyron ****

Belcastel is (nog) niet helemaal overspoeld door toeristen. Hier zit een oude inwoner in de schaduw uit te rusten vlakbij de oude brug.
Gevolg was dat wij als echte Nederlanders rond de lunch de parkeerplaats van Belcastel opdraaiden. Er zijn daar twee grote parkeerplaatsen. Of beter gezegd; er is één in het dorp en één een kilometertje stroomafwaarts langs de rivier. Wij kwamen de laatste als eerste tegen en besloten hier te parkeren en een stukje te lopen.
De dag ervoor waren we uit Bretagne gereden en zo voldoende gezeten en een stukje lopen was daarom wel een aangenaam vooruitzicht. Ondanks de warmte, het liep tegen de veertig graden, was het een fijne wandeling. Nadat we een hoge brug over hadden gestoken volgden we een schaduwrijk pad naar het dorp.
Belcastel ligt op de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela en die was in de middeleeuwen ongekend populair. Jaarlijks gingen duizenden gelovigen te voet of te paard dwars door Frankrijk naar Noord-Spanje om het graf van Jacobus te bezoeken. Het was een drukke boel langs de wegen en de steden en dorpen op de route vaarden daar wel bij. Zo ook Belcastel dat één van de pleisterplaatsen was.

Uitzicht op Belcastel vanaf de andere oever van de rivier
De laatste jaren wordt de pelgrimsroute weer populairder en we stonden dan ook niet raar te kijken dat we al op het pad naar het dorp de eerste pelgrim tegenkwamen. Het bracht ons direct een beetje middeleeuwse sfeer. Helaas werd die vrijwel direct teniet gedaan door het felle lawaai van crossmotoren en geluid van een speaker van het type die ook bij de finish van de Tour de France hoort. Het bleek één van de activiteiten van het lokale dorpsfeest dat net was opgestart.
Dorpsfeest
Natuurlijk is dat wel een beetje jammer maar het ergens ook wel gemoedelijk. Zeker toen ik tussen de bomen door aan de andere kant van de rivier de Fransen druk bezig zag met het dekken van enorme tafels terwijl een ander clubje de wijn aan het keuren waren. Het zou zeker een leuk feest worden waar het dorp het hele jaar naar had uitgekeken en dat mag ik graag zien. Wie ben ik als toerist om mij daar aan te ergeren, al hou ik echt niet van het geluid van crossmotoren.
Bovendien was het dorpsfeest niet in het oude deel van het dorp waardoor het geluid eigenlijk helemaal weg was toen we op de oude brug van Belcastel stonden. Het wandeltochtje was niet alleen fijn maar gaf ons ook één van de mooiste aankomsten op een ‘Plus Beaux Village de France’. De bomen verdwijnen vrij plots waarna het pad een draai maakt en dan heb je vrij uitzicht op het dorp en dat voelt alsof je een ansichtkaart inloopt.
Ik zal dit moois proberen te beschrijven maar ik neem aan dat je al de foto’s bij dit artikel hebt bekeken. Voor je ligt de oude brug met daarachter het dorp dat zich uitstrekt over de vrij steile helling met daarboven het kasteel. Alle huizen zijn gebouwd van hetzelfde plaatselijke natuursteen en dat geeft het complete plaatje een heerlijke rust.
De Aveyron stroomt vrolijk onder de brug door waar aan één kant een strandje bevindt en andere kant een parkeerplaats met daar achter de gemeentelijke camping. Dit is zonder twijfel de camping met één van de mooiste uitzichten in Frankrijk.
Pont ancien
De brug zelf is mooi exemplaar en bij het schrijven van dit artikel kwam ik erachter dat het net als het kasteel de status heeft van ‘Monument historique’ heeft. Het is ook een fraaie brug waar je eigenlijk alleen als voetganger of fietser overheen zou moeten gaan. Hij is best hoog en op het hoogste punt staat een groot stenen kruis. De hoogte van brug zegt iets over hoe hoog het water van de rivier kan komen.
Eenmaal over de burg willen we natuurlijk richting het kasteel en dat betekent klimmen. Deze begint bij een grappig poortje aan de boulevard langs de rivier waarna je al snel tussen de huizen terecht komt in een heerlijk straatje. De huizen staan dicht op elkaar want de ruimte op de helling is schaars, zeker horizontale grond.

Een mooie tuin met verschillende leuk sculpturen. Op de achtergrond is nog net de rivier en een klein stukje van de gemeente camping te zien.
Hierom heeft elk huis minstens één terras, zowel in de letterlijke zin van het woord met stoeltjes en een tafel maar soms ook als een tuintje. Halverwege is er zelfs een wat grotere tuin die qua indeling middeleeuws aandoet maar de ijzeren sculpturen duidelijk van onze tijd zijn. Ik vond het wel een goede combinatie.
De klim is goed te doen maar toch zo intensief dat je zo nu en dan vergeet even om te kijken om naar het panorama te genieten. Het uitzicht op de rivier en de moeite waard om zo nu en dan even stil te staan.
Kasteel Belcastel
Eenmaal boven loop je vanzelf naar het kasteel. Het oudste deel is gebouwd in de elfde eeuw en kreeg in de loop van de vijftiende eeuw zijn definitieve vorm. Het kasteel is voor een groot deel een ruïne maar dat past eigenlijk wel een mooi in het plaatje. Bijzonder is zijn de twee kapellen die boven elkaar geplaatst zijn, iets wat ik alleen ken van de Sainte Chapelle in Parijs en het kasteel van Châteaudun bij de Loire. Binnen zijn verder harnassen en ander wapentuig te bewonderen.
Helaas was de toren van het kasteel tijdens ons bezoek versierd door een kunstenaar. Nu heb ik niets tegen kunst maar dit was wel een beetje jammer. Er was een stukje kunst gemaakt tegen de toren aan wat nog het meest leek op het product van een neusbui van een enorme reus die in de kloof had gestaan. Ik vond het niet mooi en het deed mij helemaal niets.
Vanwege de warmte besloten we nadat weer waren afgedaald om een koel drankje te nemen naast de brug en dat smaakte uitstekend. Daarna hebben we nog even naar de kerk, of eigenlijk meer een kapel, dat iets hoger staat bezocht.
Om de toer helemaal compleet te maken zijn we langs een oude ruïne gelopen die een kilometer verder langs de Aveyron staat. Dit bouwval, Fort de Lourdou genaamd, staat boven een grot en schijnt uit de vijfde eeuw te stammen. Dat is flink ouder dan het kasteel in het dorp en dat is ook te zien. De toestand van het geheel is zorgwekkend en ik ben echt bang dat het binnenkort helemaal uit elkaar valt. Het is gewoon openbaar gebied en je loopt er zo in maar het is goed uitkijken waar je gaat staan. Ik zou hier geen kleine kinderen loslaten.
Dat wil nog niet zeggen dat het mooi is, in tegendeel. Je hebt een mooi uitzicht over de rivier en de wandeling naar de ruïne is ook heel aangenaam.
Najac: koninklijk kasteel in de Aveyron ****
Wij reden vanaf het oosten het dorp in en daar is ook een mooie grote parkeerplaats. Dit is een uitstekende plek als startpunt voor een heerlijke wandeling door het dorp maar wij reden door en vonden uiteindelijk een plekje langs de doorlopende weg ergens onder het kasteel. Ook mooi maar de grote parkeerplaats was beter geweest want die route is veel mooier. We zijn gewoon maar heen en weer gelopen en dat kan ook maar is toch minder optimaal qua beleving.
Als je vanaf de grote parkeerplaats (zie kaart hierboven) het dorp in loopt dan kom je eerst op een langwerpig plein met prachtige huizen. Aan één kant zijn de gebouwen uitgevoerd met arcaden en hier is de Office du Tourisme ook te vinden. Verder zijn er wat winkeltjes en een terras maar het is niet echt spectaculair. Dat begint zodra je aan het einde van het plein komt.
Panorama
Want zodra je de fontein voorbij bent ontvouwd voor je een prachtig panorama. De straat loopt vanaf hier naar beneden en daarachter doemt op een heuvel het kasteel van Najac op. Het is echt een prachtig plaatje dat uitnodigt om verder te wandelen.
Het straatje met prachtige huizen volgt de kam van de berg en loopt behoorlijk steil naar beneden. Daarna gaat het weer omhoog en kom je in het gebied waar geen auto’s meer mogen komen. Hier staat het gemeentehuis, de bibliotheek en een aardige fontein uit de veertiende eeuw. Verder lijken de huizen hier verlaten maar ik denk dat dit van het dorp in de komende jaren met het toenemen van het toerisme wel zal veranderen. Hopelijk worden de rolkoffers hier nog even geweerd maar ik vrees het ergste.
De straat is hier mooi recht maar dat duurt niet lang want na een paar honderd meter gaat hij slingeren en dat betekent klimmen. Ik vond dit het mooiste deel van het dorp omdat de straatjes hier alle kanten oplopen, er terrassen zijn met nog meer mooie panorama’s en de mooie huizen rijk zijn aan details. Ondertussen duikt het kasteel steeds vaker tussen de gebouwen op.
Keuze
Hier loop je ook tegen een kruising aan waar je moet kiezen voor de kerk of het kasteel. Een mooie filosofische keuze natuurlijk maar wat je ook kiest, uiteindelijk komen de wegen weer samen. De route naar het kasteel is echter wel een stuk steiler maar daar staat tegenover dat het uitzicht mooier is.
Wij kozen om linksaf richting de kerk te lopen. Het straatje maakt een bocht waarna je door een poort loopt en het gevoel krijgt dat je het dorp uitloopt. Dat is eigenlijk ook zo maar verderop is er nog een wijk en daar staat de kerk. De weg tussen deze twee wijken is aangenaam langs de weg staan enorme planten waar de cicaden vrolijk geluid aan het maken waren.
De entree van de wijk met de kerk is weer een poort die nog net een tikkeltje mooier is dan de poort de we eerder passeerden. De straatjes zijn hier smal en de huizen hoog tot je het pleintje aan de zijkant van de kerk oploopt. Naast de kerk is hier ook een terras te vinden en hoewel het augustus was en dus hoogseizoen, was het hier toch vrij rustig.
De kerk is van een redelijk formaat en van het type Romaanse met hier en daar een gotish versiering. Binnen is het aangenaam en er zijn flink wat kerkschatten uitgestald waar een groot zilveren kruis de aandacht vraagt. De kerk is door de inwoners van Najac gebouwd toen ze zich tijdens de kruistocht tegen de Albigenzen allemaal tot de versie van het Christendom van de Paus bekeerden.
Telefoonpaniek
Op de terugweg namen we de weg langs het kasteel en die is ook de moeite waard. Het is een beetje klimmen maar je hebt een prachtig uitzicht over het dal van de Aveyron waar als bonus ook nog eens een treintje doorheen kronkelt.
Toen mijn dochter besloot om een foto te maken van al dit moois bleek ze haar telefoon in de kerk te hebben laten liggen. Ik zag de blinde paniek in haar ogen bij het idee dat ze nog twee weken vakantie zou moeten doorbrengen zonder telefoon. Voor een tiener is dit een bijna ondragelijke gedachte. Met gestrekte draf dus terug waar de levenslijn van de puber geduldig op een bank lag te wachten.
Eerlijke mensen
Terug bij het kasteel was het treintje natuurlijk verdwenen. Maar gerustgesteld door de vondst van de telefoon hebben we evengoed genoten van het uitzicht terwijl we de scenario’s bespraken hoe het anders had kunnen aflopen. Uiteindelijk kwamen we tot de conclusie dat de er toch nog genoeg eerlijke mensen zijn.
Het kasteel zelf is voor een deel ingestort en dat komt niet door een zware strijd met ridders en katapulten maar omdat het kasteel in de negentiende eeuw als steengroeve werd gebruikt. Niet echt een fraaie geschiedenis maar het maakt de ruïne er niet minder mooi van.