Puycelci
Dorp met Keltische roots in de Tarn

Puycelci-Grésigne ligt hoog op een plateau boven de vallei van de rivier Vére. De strategische plek van het dorp was de Kelten voor de Romeinse bezetting van Gallië al duidelijk en dus bouwden ze er een burcht. Ze zouden niet de laatste zijn want tijdens de Romeinse tijd en de middeleeuwen werd het dorp opnieuw versterkt. Dat is nu nog te zien want het hele dorp ligt binnen de verdedigingsmuur en dat vinden wij nu mooi en schilderachtig.

Om het Puycelsi binnen te komen moet je door de dubbel wachtpoort. Het is een prachtig ding maar de muren en de poort staan er niet voor niets. Het dorp heeft een buitengewoon gewelddadig verleden want in zo’n beetje elke middeleeuwse oorlog in Frankrijk lag Pycelsi in de frontlinie. De kruistochten tegen de Albigenzen, de Honderdjarige oorlog tegen de Engelsen en de godsdienstoorlogen in de zestiende eeuw; ze hebben allemaal hun sporen in dit dorp achter gelaten. Het mag een wonder zijn dat het er nu nog zo goed uitziet.

Puycelsi nodigt nu uit om een fijne wandeling te maken, zowel in de straatjes als langs de verdedigingswerken. Omdat het zo hoog ligt wordt je daarbij getrakteerd op een prachtig uitzicht op de omgeving. Loop bij de wandeling ook even de kerk binnen want het interieur is bijzonder kleurrijk. Met name het plafond met zijn diepblauwe kleur en gouden accenten zijn bijzonder. Daarnaast is er bij het dorp een prehistorisch kamp ingericht waar je het dagelijks leven van onze voorvaders kan bekijken.

Puycelci

Zeker zien:

- Prehistorisch kamp
- Verdedigingsmuren
- Kerk

Locatie:

open in maps

Locatie:

Open in maps

Video van Puycelci

Beelden van Puycelci

E-Magazine

In bezit een ereader of tablet? Download dan één van de E-Magazine. Deze lees lekker je op je vakantieadres en ontdek je mooiste dorpen en leukste plekken.

Evenementen in Puycelci

Juli
Concerten en theater
Augustus
Dorpsfeest en schilderij tentoonstelling

Kaart van Puycelci en omgeving


Les plus beaux villages de France
weergeven op een grotere kaart

De hangende heiligdommen van Rocamadour ****

Kasteel bij de heiligdommen van Racomadour

Uitzicht vanaf Rocamadour met op de voorgrond een toren van complex met heiligdommen die hangen over het dal.

Wonderen, mirakels en heiligdommen

Qua eten zit je dus wel goed zit in Rocamadour, maar dat geldt ook voor het geestelijk welzijn. Rocamodour beschikt namelijk over een enorme hoeveelheid heiligdommen waar niet minder dan 170 mirakels zijn gebeurd. En om het in verhouding te zetten; Amsterdam moet het doen met slechts één, maar die stad lag na de zestiende eeuw natuurlijk in reformatorisch gebied en daar zijn mirakels en wonderen uiterst zeldzaam over het algemeen. Evengoed is de hoeveelheid mirakels die Rocamadour op zijn grondgebied heeft mogen verwelkomen enorm.

Hoe dit allemaal zo gekomen is, is een lang en soms wonderlijk verhaal. Het begon in de twaalfde eeuw toen er bij een kapel van de heilige maagd een lichaam werd gevonden dat nog compleet in tact was. Het werd bij het altaar gelegd waarna het zijn ongeschonden staat behield.

In die tijd werd hier direct de hand van het Opperwezen gezien en het duurde niet lang voordat er pelgrimstochten werden georganiseerd. Eerst trok het heiligdom mensen uit de omgeving maar al snel kwamen ze uit andere delen van Frankrijk en later uit heel West-Europa. Maar daar bleef het niet bij. Er gebeurde met enige regelmaat een wonder bij één van de heiligdommen wat weer meer pelgrims trok. En zo groeide Rocamadour uit tot één van de populairste pelgrimsbestemmingen in Frankrijk. Dat het op de route naar Santiago de Compestela ligt was een bijkomende voordeel want dat combineert lekker als je als pelgrim toch op pad bent.

Saint Amadour

Klein probleem was dat het nooit helemaal duidelijk werd van wie de stoffelijke resten precies waren. Dat is nooit helemaal opgehelderd maar het moet in ieder geval een iemand zijn geweest die een vroom leven heeft geleid, dat was wel duidelijk. Volgens sommige was hij een plaatselijke kluizenaar die met zijn blote handen een kapel voor de heilige maagd uit de rotsen heeft gehakt, andere verhalen gaan ervan uit dat hij een huisvriend was van de heilige familie. Wie het ook geweest is, hij ging de geschiedenis in als de heilige Amadour en dan begrijp je ook de naam van het stadje; de rots van Amadour. Naast dit lichaam bevindt zich in Rocamadour een zwarte madonna die in de loop van eeuwen verantwoordelijk werd gehouden voor tientallen mirakels. Waar dit beeldje precies vandaan komt is ook onduidelijk, maar dat maakt eigenlijk niet zo veel uit.

De Chapelle Notre Dame is half uit de rots gehakt en dat kan je binnen goed zien.

De Chapelle Notre Dame is half uit de rots gehakt en dat kan je binnen goed zien.

Pelgrimstocht

In de veertiende eeuw, de eeuw van de Honderdjarige oorlog, beleefde Rocamadour zijn hoogtepunt. Het stadje ontving volgens de bronnen maar liefst 30.000 pelgrims per dag die allemaal aanspraak dachten te maken op een volledig aflaat ofwel een directe toegang tot de hemel zonder dat er naar je zonden werd gevraagd, een aanlokkelijke prijs natuurlijk. Dat zijn wel heel veel mensen als je bedenkt dat Parijs toen grofweg 100.000 inwoners had. Hoe dan ook, het was hier toen al druk.

Maar die kreeg je niet zomaar, daar moest je wel wat voor doen. Nadat de pelgrim eerst de mis bij een vertrekpunt had bijgewoond vertrok hij in speciale kleren naar Rocamadour. Eenmaal aangekomen in het stadje trokken de pelgrims op een hemd na hun kleren uit om vervolgens op blote knieën de 223 treden tellende trap naar de kerk met de heiligdommen te bereiken. Om het nog allemaal wat zwaarder te maken kreeg de pelgrim zware ijzeren kettingen omgehangen.

Puur afzien en het lijkt allemaal een beetje bizar om deze tocht te ondernemen maar ook wij doen nu nog steeds dit soort dingen. Denk maar eens aan de Elfstedentocht, ook een vrijwillige zware onderneming waar elke deelnemer in groot aanzien staat. Alleen het religieuze tintje is eraf al zijn er ook overeenkomsten. Zo kreeg de pelgrim na het aanbidden van één van de heiligdommen als aandenken een loden medaille genaamd ‘La Sportelle’. Dat doet toch denken aan het elfstedenkruisje.

Economische voorspoed

De faam van de heiligdommen legde het stadje geen windeieren. Door de stroom pelgrims floreerde de handel en dankzij de giften van rijke edelen puilde de kerken uit van de religieuze schatten. Al die rijkdom bracht direct ook een nadeel; anderen wilden het ook hebben. Het stadje is verschillende keren compleet geplunderd maar wist altijd weer uit de ellende te herrijzen. Tijdens de godsdienstoorlogen van de zestiende eeuw ging het echt goed mis.

Stalagmieten op de trap van de kerk in Rocamadour

Op de trappen die de pelgrims op blote knieën beklommen groeien stalagmieten.

De Hugenoten plunderden Rocamadour en gooiden de stoffelijke resten van de heilige Amadour op het vuur. Een beetje heilige laat zich daardoor natuurlijk niet kisten en volgens de verhalen weigerde het lijk dan ook te branden. De leider van de Hugenoten heeft tenslotte het heiligdom maar met een hamer vernietigd.

Revolutie

Zonder deze relikwie daalde de populariteit van het pelgrimsoord en was het niet meer één van de religieuze topattracties in Europa. De Franse Revolutie leek Rocamadour uiteindelijk de genadeklap geven. Zoals zoveel kerken en andere religieuze gebouwen in Frankrijk gingen de revolutionairen ook hier behoorlijk te keer en vernielden de boel. Toch bleek ook de revolutionairen het stadje niet de knock-out te kunnen geven want in de negentiende eeuw probeerde de Bisschop van Cahors met succes Rocamadour op de pelgrimskaart te zetten, al zou het niet meer zo druk worden als voorheen.

Toch zou Racamadour nog veel meer mensen dan ooit verwelkomen. Dat gebeurde in de twintigste eeuw voordat toen het massatoerisme het stadje ontdekte. Dit keer bezochten de mensen niet uit religieuze motieven het stadje, maar uit interesse en gewoon voor de leuk. En beter nog voor de plaatselijke bevolking, ze kwamen met een gevulde portemonnee. In het begin kwamen ze met de trein, Rocamadour heeft een eigen station, en later massaal met de auto. En terecht want de stad ligt fantastisch mooi en heeft zoals je hier hebt gelezen een prachtige geschiedenis.

L’Hospitalet

Uitzicht op Rocamadour vanaf L’Hospitalet

Uitzicht op Rocamadour vanaf L’Hospitalet

Wij bezochten Rocamadour op een mooie dag in mei. Op zich was dat ook al een wonder want het had de dagen daarvoor enorm geregend. In het onverwachte warme voorjaarzonnetje troffen we het stadje dat langzaam uit de winterslaap ontwaakte. Samen met een handvol andere toeristen stopte we eerst bij het gehucht L’Hospitalet. Hier heb je een prachtig uitzicht op het Cité Religieuse en is dan ook een echte aanrader. Naast het uitzicht vind je hier nog een aardig Romaans kerkje en een grot.

Vanaf het gehucht L’Hospitalet heb je een prachtig uitzicht op Rocamadour.

Je kan de auto bij L’Hospitalet achterlaten en naar Rocamadour wandelen. Dat is een prachtige wandeling maar wel redelijk ver en je moet ook weer terug. Wellicht is het verstandiger om de auto te parkeren bij de parkeerplaats in het dal. Het autovrije centrum bereik je door het beklimmen van een flink aantal trappen en krijg je direct een idee wat de pelgrims moesten ondergaan. Voor minder validen en ouders met kinderen is er ook een treintje vanaf de parkeerplaats maar die reed nog niet in de eerste week van mei.

Gezellige sfeer

Rocamadour hoofdstraat met poort frankrijk

De straatjes van Rocamadour zijn gezellig en druk

Het centrum van Racamadour heeft gezellige straatjes en mooie steegjes. De leuke sfeer wordt wel enigszins gedrukt door de grote hoeveelheid winkeltjes die zich vooral richten op de toeristen maar daar kijk je wel doorheen. Er staan prachtige middeleeuwse huizen en een mooie poorten uit die zelfde tijd.

De straatjes leiden je vanzelf naar de trappen richting de kerkjes. Natuurlijk moet je dat bekijken maar als je doorloopt en de Porte Hogon doorgaat kom je in het wijkje Le Coustalou waar mooie vakwerkhuisje staan. Bovenaan de trappen moet je de poort van het bisschoppelijk paleis door om een pleintje te bereiken waar maar liefst zeven kerken en kapellen staan. De belangrijkste is de Chapelle Notre Dame die is te bereiken met een trap. Deze kapel is voor de helft uit de rots gehakt en dit zou het werk zijn van een kluizenaar. Helaas werd de originele kapel aan het einde van veertiende eeuw verwoest door een vallende rots waarna er een nieuw exemplaar in gotische stijl werd neergezet.

De Chapelle Notre Dame geldt als de heiligste plek van Racamadour en het kapelletje staat helemaal vol om met spullen om de heilige maagd te aanbidden. Belangrijkste stuk is het zwarte Mariabeeld. Zwarte Madonna’s zijn zeldzaam in West-Europa, ik heb alleen die in Puy-an-Valley mogen zien. Het beeldje stamt uit de twaalfde eeuw en stelt een nogal strenge Maria voor met haar kind op schoot. Neem even de tijd om het oude voorwerp goed te bekijken want het heeft echt een unieke schoonheid.

Loubressac: het rustige deel van de Dordogne ***

Panorama vanaf Loubressac, Quercy, Lot, Dordogne

Het dorp ligt mooi hoog op een rots boven de Dordogne.

De verhuizing naar boven vond plaats in de veertiende eeuw. Frankrijk werd toen geteisterd door de Honderdjarige oorlog met Engeland en de streek rond Loubressac ligt lag midden in de frontlijn. Om zich te beschermen tegen de plunderende soldaten werd er op de rots boven het dorp een vesting gebouwd waar als snel de hele bevolking een veilig heenkomen zocht.

Dal van de Dordogne en Bave

Een triest verhaal natuurlijk maar Loubressac ligt nu wel erg mooi en heb je vanuit het dorp een prachtig uitzicht op het dal van de Dordogne vlakbij de plek waar de Bave uitmondt. Het landschap rondom de rivier is niet zo ruw als verder stroomafwaarts, het is veel evenwichtiger en rustiger. Saai is het allerminst want bij mooi weer zie je aan de ene kant de torens de kastelen van Castelnau en Montal liggen en aan de andere kant die van het stadje Saint-Céré met daarachter de uitlopers van het Central Massif.

De vesting in Loubressac zelf is nog altijd te herkennen en staat fier op de punt van een rots dat over het dal uitkijkt. Niet meer als militair bolwerk want, het kreeg in de zeventiende eeuw een flinke opknapbeurt, maar als prachtig landhuis dat helaas niet voor het publiek toegankelijk is. Dat mag de pret natuurlijk niet drukken want het dorp barst van de mooie huizen en straatjes. Deze zijn toegankelijk via een grote poort waarachter de intimiteit van een vestingstadje voelbaar is.

Natuursteen

De huizen en gebouwen van Loubressac zijn gebouwd van licht natuursteen waardoor het karakter van het dorp licht en open is. Wij bezochten Loubressac eind april en dan is het dorp nog niet helemaal wakker uit zijn winterslaap. De straatjes waren uitgestorven, lang niet alle winkels waren open en de bewoners keken ons met een verbaasde blik aan. Op een pleintje kwamen we een groepje Amerikanen tegen die ons voor Fransen hielden en bovendien verantwoordelijk voor het feit dat ze geen restaurant konden vinden om hun honger te stillen. Ze bleken die nacht in Frankrijk te zijn aangekomen en voor het laatst in het vliegtuig te hebben gegeten. Gelukkig bleek op het pleintje een klein café net open te gaan waarna de Amerikanen met zich op de lunchkaart stortten.

Het kerkje van Loubressac in de moeite waard om te bekijken. Het is gebouwd in de veertiende eeuw en twee eeuwen later nog eens vergroot. Het is opgetrokken in de Romaanse stijl zoals zoveel kerken in de Quercy. Binnen is met name het koor indrukwekkend met zijn blauwe plafond.

Eten en drinken

Straatje en poort in Loubressac aan de Dordogne

Eén van de schilderachtige straatjes in Loubressac.

De streek rond de Dordogne is bekend om zijn fijne keuken en hoewel wij in Loubressac niet hebben gegeten, denk ik dat je hier heerlijk kan eten. Saffraan en truffels zijn hier de plaatselijke delicatesse, en dat is natuurlijk geen straf.

Het dorp ligt perfect als uitvalsbasis om de interessante omgeving te verkennen. Bij de VVV (alleen open in de zomer) zijn meerdere wandeltochten te krijgen, onder andere naar het mooie rustige Autoire, dat hier om de hoek ligt. Maar ook Carrenac en Curemonte liggen niet ver en kunnen met de auto makkelijk worden bezocht. Naast deze ‘Plus beaux villages’ ligt in het zuiden het mooie en interessante Rocamadour en in het westen de prachtige grotten van Padirac. Genoeg te doen dus en het dorp heeft meerdere hotels, verschillende gîtes en twee campings. Omdat het dorp maar een tiental kilometer van de snelweg A20 ligt, is het ook ideaal als overnachting als je op doorreis bent.

Gouffre de Padirac: varen in een grot ****

De schacht van de grot van Padirac in Frankrijk bij de Dordogne

De ingang tot de grot is een gigantisch gat in de grond.

Het toeristenseizoen was duidelijk nog niet begonnen en daarom konden wij de auto voor de deur parkeren. De grote parkeerplaatsen en het plein voor het entreegebouw verraadden dat dit uitzonderlijk was, hier kan het in het hoogseizoen behoorlijk druk zijn. Het entreegebouw is trouwens wel even de aandacht waard, want dat is bijzonder fraai ontworpen. Er is aan het begin van het terrein een speciale plek voor campers, maar volgens mij mag je daar niet overnachten.

Lift of trappen

Wij wandelden zonder problemen langs de rijen hekjes naar het entreegebouw. Dit is best een aardig gebouwtje, waarin je naast de kassa de onvermijdelijke souvenirwinkel vindt. Nadat de kaartjes waren gekocht, daalden we af naar de grot. Hiervoor is een grote stalen constructie met een lift en trappen, in het gat in de grond geplaatst. De lift is natuurlijk het meest comfortabel, maar de diepte afzakken met de open trap is veel leuker.

Het gat is rond de 75 meter diep en is aan het einde van de negentiende eeuw door Alfred Martel ontdekt, een bekende naam in de speleologie, want deze beste man heeft zo’n beetje de helft van de Franse grotten ontdekt. Dat was niet echt moeilijk omdat het plafond van het enorme gat in de grond, een gouffre genaamd, was ingestort. Het gat is ontstaan door water dat miljoenen jaren de grond heeft weggespoeld. Toch verdient de man respect want hij was de eerste die via een touwladder in het gat afdaalde.

Eenmaal beneden blijkt het gat in de grond nog groter dan vanaf boven. Het water dat de gouffre heeft uitgesleten valt nog steeds, waardoor je op de bodem in een ondergrondse regenbui staat. Hierna leidt de route je via wat trappen naar een brede gang onder de grond, die je naar de bootjes brengt. Naast het pad,dat tevens dienst doet als wachtrij, zoekt flink wat water zijn weg naar de ondergrondse rivier verderop. De gang was begin mei niet in gebruik als wachtrij want er was praktisch niemand en dus liepen wij direct door naar het haventje.

Varen in een grot

De bootjes worden door gondeliers door middel van een flinke boom verplaatst. De bootjes zijn vrij nat omdat het water op allerlei plekken door het plafond druppelt, trek dus niet je driedelig of mantelpakje aan, want die hou je niet droog. Daarbij schommelen de bootjes behoorlijk. Dit wordt tijdens de tocht nog geaccentueerd door de gondelier die nog wel eens grappig wil doen. Dat is natuurlijk leuk en goed voor de sfeer. Het water is ongelooflijk helder en de grot is sfeervol aangelicht en dat maakt het boottochtje een erg leuke ervaring.

Klein ondergronds meertje in de Gouffre de Padirac

Eén van de ondergrondse meertjes aan de andere kant van de rivier.

Bij aankomst wacht een gids die je meeneemt naar erg mooie en vooral grote zalen. Het hoogtepunt van de excursie is een hoge zaal met een bassin met helder water dat als een spiegel oogt en de Grande Pendeloque: een zeer grote steen van maar liefst 60 meter hoog. Na een klein half uurtje ben je weer terug bij de gondels en begint de terugtocht.

Als je in de buurt bent, dan is de Gouffre de Padirac een echte aanrader. Zeker met kinderen is een bezoek zeker de moeite waard. De grot is erg mooi, maar de afdaling en het tochtje over de rivier zorgen ervoor dat een bezoek je lang zal bijblijven. Het kan er wel druk zijn en het is wellicht een idee om je kaarten alvast online te kopen, want dan hoef je niet in de rij voor de kassa te staan.

Pic du Midi: berg met fenomenaal uitzicht op de Pyreneeën ****

pic-du-midi-du-Bigorre-kabelbaan

De top van de Pic du Midi du Bigorre is alleen te bereiken met een kabelbaan.

Wij bezochten de Pic vanaf onze gîte in Ciadoux, zo’n slaperig dorpje met een kerkje en een markt op donderdagmiddag. De pret was echter al veel eerder begonnen, want bij het plannen van de zomervakantie was al duidelijk dat de Pic du Midi één van de hoogtepunten van de zomervakantie zou worden. Via de website hadden we al kaartjes gekocht want je weet maar nooit hoe druk het daar is. Dat laatste viel trouwens heel erg mee want in plaats van horden toeristen waren we zo´n beetje de enige buitenlanders.

Vanaf ons vakantieadres was het 104 kilometer bijna recht naar het zuiden. Voor ons is dat niet zo veel, rijden doen we wel meer en als je, zoals wij, de rit als attractie beschouwt is honderd kilometer niets. Volgens de routeplanner zou dit ritje bijna twee uur in beslag nemen wat ons wel wat lang leek. Daar zouden we wel iets af kunnen rijden, het was immers allemaal Route Nationale en daar mag je 90. De eerste zestig kilometer schoten ook lekker op en we zagen de bergen steeds dichterbij komen.

Als je op de Pyreneeën aanrijdt merk je goed hoe steil ze zijn. Vanaf onze gîte konden we de toppen al goed zien maar pas na zeventig kilometer begonnen we pas echt te klimmen en dat is het ook bijna direct stevig klimmen.

Wielrenners

pic-du-midi-du-Bigorre-kabelbaan ezel

Dieren lopen overal los. Wij kwamen een ezel tegen in de WC bij het station van de kabelbaan.

Wielerliefhebber of niet, als je de Pic du Midi bezoekt, ontkom je niet aan de Tourmalet. Deze beroemde wielerberg kondigt zich al ver voor Campan aan, het laatste dorpje voordat je echt aan de klim begint. De plaatselijke middenstand is geheel ingesteld op de sportieve vakantieganger die al fietsend de Tourmalet wil beklimmen. Dit was in de zomer zo, in de winter is dit gebied natuurlijk het domein van wintersporters.

Bij de voet van de klim zien de sportieve medetoeristen er nog fris en fruitig uit. Aangezien het niet allemaal Nederlanders zijn, die zijn namelijk gewend aan fietsen langs auto’s, is het aan het begin van de klim goed oppassen, want er zijn grote groepen fietsers waarin niet iedereen goed oplet: ze zitten te praten of grappen te maken. Na de afslag naar de D 918 is dit wel over, want dan krijgen de fietsers het zwaar en is het over met praten en grappen.

De weg leidt je door een ruw en ruig landschap met prachtig uitzicht op de dalen en bergen. Opvallend is dat er, wanneer je hoger komt, geen hekken staan in de bergheide. Het land is van de gemeenschap en iedereen mag zijn schapen en koeien hier laten grazen. En dat gebeurt ook. Oppassen achter het stuur, want deze beesten staan ook gewoon op de weg. Het heeft wel wat.

Kabelbaan

De Pic du Midi is niet te bereiken met de auto. Deze parkeer je in het skistation La Mongie en dan heb je twee mogelijkheden om de top te bereiken. Voor de sportievelingen is er een ezelpad die je via een flinke klim naar de Pic brengt. Volgens de bekende Groene Gids duurt deze vierenhalf uur en is hij niet geschikt voor de niet geoefende wandelaar. Daarnaast kan je ook de kabelbaan nemen, dat hebben wij maar gedaan.

Bij de kabelbaan was het totaal niet druk, we konden zo doorlopen en samen met een stel Spanjaarden de tocht naar boven beginnen. Deze bestaat uit twee etappes. Een deel van mijn reisgenoten was lang niet in een kabelbaan geweest en bovendien uitgerust met een flinke dosis hoogtevrees. Dit gaf zoveel stress, dat er serieus werd overwogen om de reis af te breken in het tussenstation. Gelukkig werd de tocht toch doorgezet, waarna we er achter kwamen dat het tweede deel pas echt spectaculair is. De gondel gaat over een enorm dal met dikke pakken sneeuw; vrolijk huppelende Alpenmarmotten maakten het plaatje compleet.

De top

Helaas was het bij ons bezoek behoorlijk bewolkt en dook de kabelbaan boven het dal een dikke witte wolk in. Dit tot vreugde van mijn reisgenoten die hierdoor niet in de diepte hoefden te kijken, waardoor de stress in de cabine zakte. Ook de Spaanse dames die met ons naar boven gingen hielden de stangen iets losser vast. Vlak voor de Pic kwam de gondel weer uit de wolk en dat gaf ons een prachtig uitzicht op de sterrenwacht.

Uitzicht op de bergen vanaf Pic du Midi du Bigorre

Sneeuw in augustus op de Pic de Midi

Ondanks dat we slechts een half uur konden genieten van het uitzicht was het de tocht waard. Op het enorme terras kan je een hapje eten in het restaurant of je zelf meegenomen stokbrood nuttigen. In Nederland zou het ongetwijfeld niet mogen, je zelf meegenomen boterhammetjes op te eten, hier is dat geen enkel probleem. Eenmaal boven, wordt je eerst naar de voornaamste attractie geleid: het enorme terras met een fantastisch uitzicht op de bergen. Als het helder is, kan je hier tot driehonderd kilometer ver kijken, dat wordt althans beloofd. Bij aankomst stak de Pic net boven een wolk uit, zodat we net genoeg konden zien om ons te kunnen voorstellen hoe het uitzicht is bij ideaal weer. Na een half uurtje was de pret over en stonden we in een dikke mist die volgens de mensen op de Pic de hele middag zou duren. Je krijgt trouwens uitzichtgarantie. Dankzij de wolk kregen wij kaarten om binnen een half jaar op een minder bewolkte dag opnieuw omhoog te gaan. Helaas zat het er niet in, we moesten de volgende dag naar de volgende gîte.

Wij waren er overdag, maar ’s nachts is het ook genieten op Pic, van de sterrenhemel wel te verstaan. Je kan een speciaal kaartje krijgen inclusief een diner onder de sterrenhemel. Het is niet goedkoop, maar het lijkt mij een geweldige ervaring.

Expositie

Botten en schedel van een schaap

De resten van de lunch van de vale gieren.

Naast het uitzicht is er de grote expositieruimte in de sterrenwacht om te bezoeken. Deze bestaat uit twee onderdelen. Het eerste gedeelte gaat over het heelal en de hemellichamen daarin. Er wordt van alles vertelt over planeten, manen, sterren en kometen. Een prima expositie, maar wij wisten het meeste al. Veel leuker is de tentoonstelling over de Pic du Midi zelf. Oude foto’s en films vertellen je her verhaal over hoe de sterrenwacht op de berg werd gebouwd. Een foto van de eerste kabelbaan naar de top maakte indruk op ons en relativeerde onze tocht naar boven.

Na het verplichte bezoek aan de souvenirwinkel, dat best leuke dingen heeft, stelden we vast dat de wolk deze middag rond de bergtop zou blijven hangen. Conclusie was om weer naar het skistation af te dalen.

Tourmalet

Beneden bleek de zon nog lekker te schijnen en besloten we de Tourmalet te bezoeken. Deze ligt maar een paar kilometer verder vanaf de kabelbaan. Hoog boven het dal zweefden inmiddels enorme vale gieren. Deze reusachtige vogels leken klaar om toe te slaan indien één van de fietsende toeristen, in een poging om de beroemde berg te bedwingen, in elkaar zou storten. Gezien de staat van sommige fietsers die wij passeerden, leek het mij dat de boswachter die dag de vogels niet zou hoeven bij te voeren. Tijdens de rit naar boven dachten wij ook een aantal fietsframes in de greppel te zien liggen, maar we kunnen ons ook hebben vergist.

Voor de duidelijkheid: iedereen die de Tourmalet heeft beklommen op een fiets is in mijn ogen een held! De Mont Ventoux is een heldendaad, maar de Tourmalet is ook niet mis.

Ongeveer een kilometer onder de top besloten wij tot een late lunch. Een mooie weide met een nog mooier uitzicht op het dal bleek een perfecte plek om ons stokbrood met Le Rustique en Jambon Bayonne te nuttigen. Bij het verkennen van de wei bleek dat naast een beekje de gieren hadden toegeslagen: van het schaap was niet veel meer over dan een paar botten. Ruig land dat Frankrijk.

Uitzicht vanaf de Tourmalet in de Pyreneeën

Uitzicht vanaf de Tourmalet, één van de beroemdste cols uit de Tour de France.

Saint Lizier: dorp met twee kathedralen met uitzicht op de Pyreneeën ***

kathedraal saint lizier pyreneeen dorp frankrijk les plus beaux villages de france

De kathedraal heeft een achthoekige klokkentoren.

De ligging aan een Romeinse weg geeft een stad of dorp eeuwenlang plezier. De infrastructuur van de Romeinen bleef namelijk na de val van het Rijk gedurende de hele middeleeuwen in gebruik. Dat geldt zeker voor de weg die langs Saint Lizier loopt, want deze ontwikkelde zich als één van de hoofdroutes naar het pelgrimsoord Santiago de Compostella. Deze route had als startplaats Narbonne en liep langs de noordkant van de Pyreneeën naar het westen van Spanje.

Deze pelgrimsroute was ongekend populair in de middeleeuwen en je hoeft geen geschiedenis te hebben gestudeerd om te begrijpen dat deze stroom reizigers voordelig was voor een dorp of stad. Saint Lizier profiteerde maximaal van deze ligging omdat het een kathedraal binnen zijn muren had. In deze bisschopskerk bevonden zich de relieken van de heilige Lizier. Als je als pelgrim toch onderweg was naar Galicië, dan pikte je zo’n lokaal heiligdom onderweg wel even mee. Saint Lizier was kortom een gewilde tussenstop. Zoiets als Luxemburg  maar dan zonder goedkope benzine, drank en rookwaar.

frescos kathedraal saint lizier pyreneeen dorp frankrijk les plus beaux villages de france

Neem even de tijd om de fresco’s in het schip tot je te nemen.

De ligging aan de pelgrimsroute is zelfs nu nog lucratief. Ook nu nog lopen veel mensen, al dan niet gedreven door religieuze motieven, de pelgrimstocht (voetpad GR78). Bovendien is de hele route door de Unesco erkent als werelderfgoed en dat trekt cohorten toeristen. Daarbij heeft Saint Lizier van de regionale overheid het predicaat ‘Grand site Midi-Pyrénées’ gekregen.

Het dorp heeft dus goede papieren maar toen wij het bezochten op een zaterdagmorgen in juli was het helemaal niet druk. Parkeren kan je prima op een plein met platanen vlak onder het bisschoppelijk paleis. Daarna is het maar een kleine klim naar het kerkplein waar de grote kathedraal staat. Als het heel rustig is kan je misschien ook hier de auto parkeren.

De kathedraal heeft een achthoekige klokkentoren en lijkt een kleine versie van die in Toulouse. Het gebouw is geheel Romaans en doet daarom lekker robuust aan. Het interieur is uiterst interessant. Het koor heeft Romaanse bogen en prachtige fresco’s uit de twaalfde eeuw. Neem even de tijd om deze schilderingen tot je te nemen.

Het schip heeft meer gotische bogen en lijkt later tegen het koor te zijn geplakt, waarbij duidelijk iets niet goed is gegaan.

Dit voel je al als je de kerk binnenkomt en als je goed kijkt zie je dat het westelijke deel van de kerk schuin tegen het koor staat. Dat zie je het duidelijkst bij de overgang: de muur aan de noordkant is veel kleiner dan die aan de zuidkant.

Het schip geeft toegang tot het kloosterhof. Dat is altijd een bijzondere plek en dat geldt ook voor dit hof. Zoals het hoort is het hofje omringt door een zuilengalerij waarvan de zuilen nog heel gaaf zijn. De bovenkanten van de zuilen, de kapitelen, zijn allemaal verschillend. Daarbij worden er ook nog veel verschillende stijlen gebruikt: Romeins, Syrisch en Arabisch. Op de bovenste galerij zijn ook nog fresco’s te bewonderen maar die hebben wij gemist.

Kloostertuin naast de kathedraal van Saint Lizier

Naast de kathedraal ligt een prachtig middeleeuws kloosterhof.

Wat we ook gemist hebben is de tweede kathedraal. Die schijnt onderdeel te zijn van het bisschoppelijk paleis. Die ligt hoger in het dorp.

Apotheek museum

Op het pleintje naast de kerk staat een mooie fontein waar vissen in zwemmen. Tevens is er op het pleintje, waar jammer genoeg wel auto’s staan geparkeerd, een achttiende-eeuws apotheek. Daar zijn wij niet ingegaan, want het interesseert ons niet zo veel. Daarbij waren we op doorreis en hadden niet heel veel tijd. Voor Fransen wellicht wel leuk want die zijn dol op apotheken. Zelfs het kleinste dorpje heeft wel een pharmacie.

Bovenstad

Vanaf het kerkplein loopt een straatje omhoog naar een poort met een klok erboven. Niet verwonderlijk dat deze poort de ‘Tour d’Horloge’ is genoemd. Eenmaal door het poortje kom je in de bovenstad, waar je heerlijk kan wandelen door de kleine intieme straatjes en steegjes met veel bloemen.

straatje saint lizier pyreneeen dorp frankrijk les plus beaux villages de france

De bovenstad van Saint Lizier bestaat uit kleine straatjes steegjes waar je geen toerist tegenkomt.

Tijdens onze wandeling zijn we geen toerist tegengekomen, maar we waren er dan ook rond het middaguur en dan slaapt het stadje. Dat is typisch een Nederlandse tijd om een dorp te bezoeken, Fransen doen dat vroeger in de ochtend of later in de middag. De conclusie is dat je er in ieder geval geen Nederlanders tegenkomt en dat is altijd goed om te vertellen op verjaardagen.

Je claimt zo je eigen authentieke stukje Frankrijk en dat is toch het hoogst haalbare voor de hedendaagse toerist. Helemaal bovenop de heuvel staat het Bisschoppelijk paleis met de tweede kathedraal. Wij moesten helaas door en hebben dit kasteel niet bezocht. Een reden te meer om er nog eens heen te gaan.

In de omgeving

Op ruim een uur rijden naar het westen ligt het eerder genoemde Saint Bertrand de Comminges. Tevens een ‘Plus Beaux’ en zeer de moeite waard. Op ongeveer dezelfde afstand, maar dan naar het westen, kom je Camon tegen. Dit versterkte dorp is gebouwd rondom een priorij uit de tiende eeuw en ziet er mooi uit. Helaas zijn wij er nog niet geweest. Daarnaast bieden de nabijgelegen Pyreneeën genoeg vertier.

Saint Bertrand de Comminges: dorp met kathedraal en Romeinse opgravingen *****

In de eerste eeuw groeide de stad tot minstens 10.000 inwoners. Sommige bronnen spreken zelfs over meer dan 30.000 zielen. Hoe dan ook gaat het hier om best veel mensen en de stad zou nooit meer inwoners hebben dan in die tijd. Ook in het Romeinse Rijk was dit een stad met een serieuze omvang met regionale functies, zowel economisch als bestuurlijk. De stad was daarom ook uitgerust met openbare gebouwen zoals een theater, een forum, een marktplaats en natuurlijk een badhuis.

Romeinse opgravingen

theater-saint-bertand-de-comminges-dorp-frankrijk-plus-beaux-villages

De tribunes van het Romeinse theater zijn tegen een berg gebouwd waar 5.000 toeschouwers een voorstelling konden bijwonen.

Romeinse gebouwen

Een groot aantal van deze gebouwen zijn de afgelopen eeuw opgegraven en nu te bewonderen. Vooral het theater, dat tegen een berg is gebouwd, is nog goed te herkennen. De afmetingen zijn redelijk groot en vanaf deze plek zijn de overblijfselen van de rest van de Romeinse stad goed te zien. Daardoor krijg je er een goed beeld van hoe groot de stad in de eerste eeuw moet zijn geweest, veel groter dan het huidige dorp.

Het theater is de eerste attractie die je tegenkomt als je vanaf de parkeerplaats naar het dorp wandelt. Er rijdt ook een pendelbusje in de vorm van een toeristisch treintje, maar wij wilden de berg waarop het dorp ligt zelf beklimmen. Bovendien wil je in zo’n busje natuurlijk ook niet gezien worden.

kathedraal-saint-bertand-de-comminges-dorp-frankrijk-plus-beaux-villages

De kathedraal is voor een groot deel Romaans en heeft een kloeke toren.

Na de ineenstorting van het Romeinse Rijk ging het snel bergafwaarts met de stad. In de vijfde eeuw waren het eerst de Vandalen die het hadden gemunt op de nederzetting, waarna ruim een eeuw later de Bourgondiërs het karwei af maakten en de stad compleet van de kaart veegden. Daarmee leek het verhaal van de stad ten einde.

Bouw kathedraal

Ruim vijf eeuwen zou hier niemand wonen, totdat in 1089 een ridder van de graaf van Toulouse werd benoemd tot bisschop van dit dorp. Ik heb niet kunnen achterhalen of dit een misselijke grap was om de betreffende ridder te pesten want hij werd feitelijk bisschop van een ruïne. Deze Bertrand L’Isle-Jourdain liet zich echter niet kisten en liet een kathedraal bouwen naar Romaans model. Daar liet hij het niet bij, want geen kathedraal is compleet zonder een klooster. Het moge duidelijk zijn dat het dorp naar hem is vernoemd toen hij het eenmaal tot heilige had geschopt.

Kennelijk was men in die tijd niet vergeten dat op deze plek een belangrijke Romeinse stad had gestaan want het was gebruikelijk om een bisschopszetel te vestigen in een voormalig Romeins bestuurscentrum. De katholieke kerkprovincies zijn ook nu nog bijna dezelfde als de oude Romeinse provincies. In dit geval is het wel opmerkelijk dat er werd gekozen voor een stad waar al eeuwen niemand woonde.

Pelgrims

De keuze om de zetel van de nieuwe bisschop juist hier te vestigen had nog een andere reden. De stad lag namelijk op één van de pelgrimsroutes naar Santiago de Compostella. En die was in de Middeleeuwen uiterst populair. De oude Romeinse weg vanuit Narbonne naar het westen van Spanje was de Route du Soleil van de elfde eeuw en liep pal langs de nieuwe kathedraal. Dit gaf de bisschop niet alleen prestige en macht maar de duizenden pelgrims gaven ook een economische basis voor de nieuwe nederzetting.

Bertrand koos als plek voor zijn kathedraal de top van de heuvel die boven de Romeinse stad uitkeek. Hierdoor waren de gebouwen niet alleen makkelijk te verdedigen maar tevens was de kerk voor de naderende pelgrims al van kilometers afstand te zien. Het werd al snel een pleisterplaats waar je veilig kon overnachten. Saint Bertrand de Comminges was eigenlijk een grote aire op de weg naar het belangrijkste heiligdom van West-Europa. Je vraagt je af hoe Hazeldonk er over tien eeuwen uit zal zien.

Het moet in de straatjes van het dorp in die tijd een drukte van belang zijn geweest met herbergen, eethuisjes en ander vertier. Als je nu door het dorp loopt, heb je maar weinig fantasie nodig om je dit voor te stellen.

Houten toren

De toren van de kathedraal van Saint Bertrand de Comminges in Frankrijk

De klokkentoren van de kathedraal heeft een houten dak.

De kathedraal zelf is een interessant gebouw. Het pleintje voor de kerk, dat door de zware toren wordt gedomineerd, is gezellig druk. De top van de toren is van hout, waardoor het de indruk geeft van een vestingstoren zoals je die in Carcassonne ook wel ziet. Vroeger werden wel meer kerktorens van hout gemaakt, maar door de kwetsbaarheid van het materiaal voor de bliksem, zijn deze bijna allemaal vervangen door een stenen exemplaar. Waarom deze kerktoren nog van hout is, weet ik niet. Aan de voet van de Pyreneeën kan het flink onweren, iets waar we over mee kunnen praten. Het lijkt mij sterk dat de torenspits door de eeuwen heen nooit is geraakt door de bliksem of het opperwezen zou persoonlijk moeten waken over deze kerk. Dat is natuurlijk niet uitgesloten.

De kerk vormt overigens nog steeds een onderdeel van de eerder genoemde pelgrimsroute. Steeds meer mensen lopen deze route in zijn geheel of gedeeltelijk en sta niet raar op te kijken als je pelgrims tegen het lijf loopt. Deze zijn te herkennen aan een wandelstok en een schelp aan hun rugtas.

Boven de deur is er een fraai timpaan met als thema de aanbidding van de wijzen. Binnen valt je als eerste een enorm orgel op. Gezien de vele aanplakbiljetten van een concert die in het dorp hingen toen wij er waren, wordt deze kennelijk ook regelmatig gebruikt.

Via Facebook liet Laird Evert G. Davelaar, een organist, weten dat het orgel inderdaad best bijzonder is. Het is een indrukwekkend instrument met 40 stemmen, voor een kerk van deze omvang is dat fors. Zelfs een Bourdon 32 voet. Gezien de dispositie zal het ongetwijfeld indrukwekkend klinken. Oud is het orgel echter niet. Orgelmaker Swiderski bouwde het in 1981, weliswaar in de oude, 17e eeuwse orgelkas, zodat het uiterlijk hetzelfde bleef. Het verbaast mij daarom niet, dat er regelmatig concerten in de kerk zijn. Jean Pierre Swiderski is als orgelmaker gevestigd in Parijs. Naast nieuwbouw restaureert hij ook oude Franse orgels.

kerk-pelgrim-saint-bertand-de-comminges-dorp-frankrijk-plus-beaux-villages

Zo nu en dan kom je nog een pelgrim tegen. Ze zijn te herkennen aan de houten staf met daaraan een schelp gebonden.

Fraai is het houtsnijwerk van de koorbanken in het midden van de kerk. De vensters in het koor vertellen verhalen uit het Nieuwe en Oude testament. Iets wat je toch wel verwacht in een kerk. Bijzonder aardig is de crypte waar je afbeeldingen uit het Roelandslied kunt ontdekken. Deze middeleeuwse superheld stierf in de Pyreneeën toen hij de aftocht van het leger van Karel de Grote dekte tegen de Moren of ander knoflooketend volk. Dat moet hier toch vlakbij gebeurd zijn.

Klooster

Tegen de zuidkant van de kerk is het klooster gebouwd. Vooral de kloostergang is bijzonder omdat het aan één kant open is, waardoor je een prachtig uitzicht hebt op de besneeuwde bergen.

Zoals bij veel dorpjes in het zuiden van Frankrijk het geval is, zijn ook in Saint Bertrand de Comminges de afgelopen eeuw veel kunstenaars neergestreken. Er zijn dan ook veel ateliers en galeries in de gezellige straatjes te vinden met zeker geen onaardige kunst.

Na ons bezoek aan het dorpje, besloten we een late lunch te nuttigen op de picknickplaats die even voor het dorp ligt. Daar wachtte ons nog een mooie verrassing, want naast een prachtig uitzicht op het dorp, staat er midden in het veld nog een grote kerk. Bij nadere bestudering bleek dit de Basilique Saint-Just de Valcabrère te zijn. Een gebouw uit de elfde eeuw dat is opgebouwd met restanten van oude Romeinse huizen. Ik had er nooit van gehoord, maar het staat daar wel heel mooi te wezen. Even stoppen daar en als je eten bij hebt is het een perfecte plek voor een picknick.

Saint-Bertrand-de-Comminges

Het stadje vanaf een afstand. | Foto: Michael Kroese

Fourcès: intiem dorp in het hart van de Armagnac ***

Fourc-C3-A8s-gers-armagnac-bogen

Arcaden omringen het dorpsplein van Fourcès.

Charme van de Armagnac

Straatje met de tour d'horloge in Fourcès, armagnac

De Tour d’horloge is nog een overblijfsel van de vestingmuur.

Fourcès is oorspronkelijk een Engels dorp dat in de dertiende eeuw is gesticht op de oever van de rivier Auzoue. De toenmalige Engelse regering had een behoorlijk meningsverschil met de toenmalige Franse regering. Een groot deel van het zuidwesten van Frankrijk behoorde in deze tijd bij Engeland en om dit zo te houden bouwden de Engelse koningen burchten en kastelen. Ook in Fourcès stond een kasteel en het huidige dorpsplein volgt waarschijnlijk de contouren van deze vesting.

Het dorp moest de Engelse bezittingen in de Gascogne beschermen en daarom was het dorp geheel ommuurd. Hoewel de muur grotendeels is verdwenen zijn delen daarvan nog wel te herkennen. De Tour d’horloge was een onderdeel van de vesting.

Vandaag de dag zijn er in het dorp naast wat restaurantjes vooral galleries en ambachtelijke ateliers te vinden.

De streek rondom Fourcès

Fourcès ligt in een mooie omgeving en je kan het dorp prima gebruiken als startpunt voor een wandeling door de directe omgeving van het dorp. Bij het Office de Tourisme zijn de routes van een aantal wandeltochten te krijgen.

In de omgeving

Niet ver van Fourcès ligt het prachtige Larressingle. Deze ‘Plus Beaux Village’ is zeker een bezoek waard. Vlakbij ligt er een opgraving van een Romeinse villa in Séviac. Een interessant complex met prachtig mozaïek en een badhuis. Ook Condom, de hoofdstad van de Armagnac is een bezoek waard.

Larressingle: Carcasonne in het klein *****

 

Larressingle-beaux-village-armagnac-plein

Larressingle heeft een kleine burcht met een kerk binnen de muren.

Nadat Fransen de Engelsen hadden verslagen verloor de burcht zijn functie. In de daarop volgende eeuwen raakte het plaatsje in verval. De sterke stenen muren werden door de dorpelingen gebruikt als steengroeve om hun eigen huizen te bouwen. En net als zoveel andere dorpen in Frankrijk werd het mooie dorp in de twintigste eeuw hersteld.

Larressingle-beaux-village-armagnac-plein-winkeltje

Pleintje voor het museum in Larressingle.

Larressingle-beaux-village-armagnac-plein-poort

Een kleine poort met een toren vormt de ingang tot het dorp.

Het dorp herbergt een kasteel en een oude kerk. Hierin staat een interessant beeld van Saint-Sigismond. De beeldhouwer wist kennelijk niet precies hoe deze heilige er uitzag en heeft daarom maar een andere Franse held genomen als model; Vercingetorix. Het kerkje heeft door zijn dikke muren en kleine raampjes een aparte sfeer.

Naast het kasteel en de kerk omvat Larressingle niet heel veel huizen. In één van deze huizen is een museum ingericht waar aan de hand van kostuums de geschiedenis van het dorp wordt uitgelegd. De kleine straatjes en steegjes zijn mooi en wij vonden zelfs een heel klein openlucht theater achterin het dorp. Helaas was er geen voorstelling.

Vlak buiten het Middeleeuwse dorp is er een soort van Middeleeuws attractieparkje gebouwd. Hier kan je kennismaken met de oorlogsvoering uit de veertiende eeuw compleet met ridders, blijde, katapulten en belegeringstorens. Toen wij er waren was hij net dicht, maar het zag er leuk uit voor zowel volwassenen als kinderen.

Larressingle ligt midden in de Armagnac en kenners weten dan dat hier een lekkere drank wordt geproduceerd. Het dorp ligt tussen de druivenranken in waar de edele drank van wordt gemaakt. In de directe omgeving van Larressingle zijn voldoende plekken om Armagnac te proeven en aan te schaffen.

In de omgeving
Naast nog twee ‘Beaux Villages’ in de direct omgeving van Larressingle waaronder Fourcès, kwamen wij nog een bijzonder aardig historisch monument in vorm van een Romeinse Villa tegen. In Frankrijk noemen ze dat altijd een Gallo-Romeinse opgraving, maar het is natuurlijk gewoon Romeins. De villa ligt in Seviac in de richting van Montreal.

Autoire: mooi dorp met een prachtige waterval ****

Autoire ligt vlak bij de Lot, een zeer geliefde streek bij Nederlandse en Britse vakantiegangers. Ondanks dat het dorp een ‘Plus Beaux Village’ is, is het er niet druk. In mei tenminste, het kan anders zijn in de zomer, maar ik heb het idee dat het niet heel erg toeristisch is.

Dat is natuurlijk prima, want zo kan je beter van het dorp genieten. Hierdoor heb je het idee dat jij het dorpje zelf hebt gevonden, zodat je het in je gedachten kunt claimen. Dat is natuurlijk onzin, maar wel een leuk gevoel.

autoire-plus-beaux-village-lot-kasteel

Autoire was een geliefde plek om de zomer door te brengen. De zeven kastelen van het dorp zijn zomerverblijven van de rijken.

De geschiedenis van Autoire gaat terug naar de elfde eeuw. Tijdens de Honderdjarige Oorlog was de streek het toneel van veel gevechten en ook dit dorp ontkwam hier uiteindelijk niet aan. Het werd verwoest door de Engelsen. Ook tijdens de godsdienstoorlogen in de zestiende eeuw werd Autoire niet gespaard.

De zeven kastelen zijn de getuigen van een ander verhaal. Autoire was namelijk zeer geliefd als zomerverblijf voor de rijken uit het nabij gelegen Saint Cere. Gezien de ligging van het dorpje aan de rand van een keteldal in een mooie vallei, is dat ook niet zo vreemd. Autoire komt in de negentiende eeuw nogmaals in de geschiedenisboeken terecht omdat de Franse Generaal die de slag om Malakoff tijdens de Krimoorlog won,  in dit dorpje werd geboren. Het schijnt dat de familie nog altijd in één van de kastelen woont.
autoire-plus-beaux-village-waterval

De waterval ten zuiden Autoire.

Naast het kerkje vind je een fijn restaurant met een goed terras en een prachtig uitzicht. Een prima plek om je na een stevige wandeling aan de rosé te laven. Je kan hier ook Malakoff bestellen; een zoete lekkernij die genoemd is naar de slag. Het verhaal gaat dat de kok van de generaal dit gerecht voor het eerst tijdens de Krimoorlog heeft gemaakt.

Eén van de attracties die Autoire het bezoeken waard maakt, is de hoge waterval. Deze bevindt zich niet in het dorp maar net ten zuiden daarvan. Er zijn twee manieren om deze waterval te bezoeken, beide zijn niet aan te raden voor mensen die slecht ter been zijn of met kleine kinderen (jonger dan 4 jaar).

Als je niet al te veel tijd hebt, kan je het beste het pad boven de waterval volgen. Daarvoor rij je met de auto het dorp uit in zuidelijke richting. Na een kilometer kom je dan in een kloof en is er aan de linkerkant een parkeerplaats. Deze is een beetje verstopt achter een hoge rots, dus rij niet te hard anders mis je hem en moet je keren. Het wandelpad begint aan de overkant van de weg. Het tweede gedeelte van het pad is behoorlijk stijl en leidt naar een plateau met een schitterend uitzicht over het dorp en het keteldal. Het is even klimmen, maar het uitzicht is de moeite waard.

autoire-plus-beaux-village-lot-vallei

De vallei waar het dorp ligt met daarachter het keteldal.

Hieronder een video, van Nederlanders, die ik gevonden heb over de wandeling naar de waterval.Als je meer tijd hebt, dan is het wandelpad vanuit het dorp ook de moeite waard. Ook hier geldt dat het laatste stuk behoorlijk klauteren is en dus niet geschikt voor mensen die slecht ter been zijn of met zeer jonge kinderen. Hou er ook rekening mee dat je door het vallende water behoorlijk nat kan worden, wat bij mooi weer natuurlijk niet erg is. Neem vanaf de zuidelijke parkeerplaats de weg langs het kasteeltje waarna je het bos in wandelt. Je loopt nu naast een beekje en die volg je totdat je de waterval tegenkomt. Een mooie tocht en na afloop kan je met een gerust hart op het terras een versnapering nuttigen.

De omgeving

In de omgeving van Autoire is genoeg te zien en te beleven. Het bedevaartsoord Rocamadour is een absolute aanrader, al kan het in de vakantie behoorlijk druk zijn. Ook Saint Cirque-Lapopie is niet heel ver weg. Liefhebbers van grotten kunnen in deze streek ook hun hart ophalen. De meest indrukwekkend is ongetwijfeld de Gouffre de Padirac.