Fontaine-de-Vaucluse ***
Dorp met de grootste waterbron van Frankrijk

Het dorp Fontaine-de-Vaucluse gaf ooit zijn naam aan de hele streek en ligt even ten oosten van Avignon. Deze plek wordt al heel lang bewoond. Het snelle water van de rivier de Sorgue en de spectaculaire manier waarop dit even buiten het dorp boven de grond komt heeft altijd mensen getrokken. Francesco Petrarca is de beroemdste inwoner en het huis van deze dichter is dan ook te bezoeken. Toch was dit dorp nog niet zo heel lang geleden compleet verlaten en is het aan de opkomst van het toerisme dat het opnieuw is opgebouwd.

Er zijn van die dorpen van Frankrijk waarvan je je afvraagt waarom die niet op de lijst ‘Les plus beaux villages de France’ staan. Fontaine-de-Vaucluse is zo’n dorp. Waarschijnlijk is het gewoon net iets te groot voor deze lijst maar dat maakt een bezoek aan dit dorp in de Vaucluse niet minder aantrekkelijk.

Ooit was ik hier met mijn ouders maar ik kon mij eigenlijk alleen de naam herinneren en dat bleek genoeg. Ik vind het namelijk een heerlijk naam en toen wij met onze kinderen voor een week in een gîte tussen de wijngaarden bij Mazan neerstreken stond een bezoek aan dit dorp hoog op mijn lijstje.

Fontaine-de-Vaucluse

Rating:

3 van 5 sterren (?)

Zeker zien:

- Bron van de rivier
- Wandeling over de oever
- Papiermolen

Locatie:

open in maps

Locatie:

Open in maps
Terras bij het water in Fontaine-de-Vaucluse in de Provence

De rivier de Sorgue stroomt door het dorp en is te bewonderen vanaf verschillende terrassen. Het water is bijzonder helder en stroomt best hard.

Druk met toeristen

Het was augustus toen wij Fontaine-de-Vaucluse bezochten, hoogseizoen dus. Ik had een dorp bomvol toeristen verwacht maar dat viel wel mee. Het waren zeker wel mensen maar zeker niet ongemakkelijk veel. We vonden net buiten het centrum een plekje voor de auto en liepen over een prachtige brug naar het centrum.

De oude brug is het eerste plekje waar je vanzelf even blijft staan om te genieten van het uitzicht op het dorp met op de achtergrond prachtige kliffen. Het oude houten waterrad vlak naast brug maakt het beeld compleet zodat het bijna onmogelijk is om hier geen foto te maken.

Langs de rivier de Sorgue is er een mooie boulevard met aan de ene kant allerlei winkeltjes, restaurantjes en andere etablissementen en aan de andere kant het wat dieper gelegen heldere en snel stromende water van de rivier. Het water bleek leuker dan verwacht. Het is super helder waardoor je alle waterplanten ziet die met hun lange groene slierten dansen op het ritme van de stroming.

Eenden

Waterrad in de rivier Sorgue in Fontaine-de-Vaucluse in de Provence Frankrijk

Het waterrad in het dorp.

Als je mazzel hebt dan dobberen er eenden en dat zijn toch wonderbaarlijke beesten; ze kunnen lopen, vliegen en zwemmen maar je hebt toch het idee dat ze nergens echt goed in zijn. Als je ze in de Nederlandse polder op het water van een slootje ziet landen dan krijg je toch het idee dat het toch erg onhandige vogels zijn. Maar in het snel stromende water van de Sorgue weten zich verrassend goed te bewegen en duiken ze hier en daar half onder om wat van de waterplanten te knabbelen.

De bron van de Sorgue

De boulevard leidt je vanzelf langs de rivier richting de grootste attractie; de plek waar de rivier boven de grond komt en dat is tevens de grootste waterbron van Frankrijk. Het ligt net even buiten het dorp in een klein keteldal achter een waterval. De grot met de bron is via een kleine maar steile afdaling te bereiken.

Wij waren er in de zomer maar het waterspektakel is op zijn best in de lente en de herfst. Dan is de hoeveelheid water het grootst en spuit de rivier de grond uit. Wij zagen een mooi poeltje dat zacht pruttelt maar een spektakel kon je het moeilijk noemen.

Om de plek waar het water omhoog komt te bereiken is het een beetje klauteren; eerst moet je stukje omhoog om daarna weer te dalen. Er is hier geen pad want bij hoog water neemt de rivier de tegenovergestelde richting en tegen dat geweld is geen pad bestand.

De bron van de rivier Sorgue in Fontaine-de-Vaucluse in de Provence

Het water in de grot in de zomer is een rustige aangelegenheid. In de lente en herfst is dan wel anders en is het hier een drukke boel met veel water.

Beneden sta je op een vreemde en mysterieuze plek. Niet echt heel erg mooi maar toch zeker indrukwekkend. Op het bodem stroomt het water rustig en gemoedelijk maar alles om je heen ademt dat op deze plek dat er zo nu en dan flink natuurgeweld wordt losgelaten. En dat is ook zo want de rivier spuit dan over het talud die we net hebben beklommen en dat is best hoog.

Het water is voor een groot deel afkomstig van de Mont Ventoux en de directe bergen daarom heen. De waterdruppels vinden een weg door het kalksteen van het plateau van de Vaucluse en komt hier weer omhoog. Het kalksteen is ontstaan toen de Provence onder een tropische zee lag. De zee was daar niet even voor de lol op een zomeravond doorgespoeld maar heeft daar miljoenen jaren gelegen. De dieren in die zee zonken na hun dood naar de bodem en hun skeletjes vormden zo na verloop van tijd een dikke laag kalksteen.

Kalksteen plateau

Het plateau van de Vaucluse is in feite een enorm berg doden dieren waar het regenwater lekker doorheen kan druppelen en zich verzameld ergens in een grot onder de grond van Fontaine-de-Vaucluse. Als er veel regent of er is veel smeltwater is en de grot vol loopt moet het water ergens heen. De kortste weg is blijkbaar naar boven en zo komt het water aan de oppervlakte.

De diepte van de grot was lange tijd wel een dingetje. Iedereen wilde weten hoe diep die werkelijk was en werden allerlei pogingen gedaan om hier achter te komen. Zelfs de bekende Jacques Cousteau is hier in het water gesprongen maar moest het opgeven op meter of 75. Uiteindelijk is er in de jaren tachtig van de vorige eeuw een robot aan te pas gekomen en die stuitte pas pas na 308 meter op de bodem en dat is verrassend diep.

Er is veel groen langs de rivier de Sorgue bij Sorgue-Fontaine-de-Vaucluse

De wandeling naar de bron gaat door een aangenaam groen gebied met voldoende schaduw plekjes.

Op de terugweg hebben we genoten van een kleine picknick met brood, kaas en natuurlijk een Cantaloupe meloen. Die eten we bijna elke dag in de zomer in Frankrijk en het liefst op een mooi plekje en die zijn er genoeg langs de oever van de Sorgue. Het wandelpad van het dorp naar de bron door de kloof heeft voldoende mogelijkheden voor een kleine lunch.

Boven de kloof staat nog een fijne ruïne van een kasteel. Hier woonde niet een ridder, graaf of hertog maar een bisschop wat weer meer tot de verbeelding spreekt. Nu woont er niemand meer en gezien de staat van het onroerend goed is dat maar goed ook. Er is wel een wandelpad naar toe maar omdat één van de kinderen in ons gezelschap nogal onberekenbaar gedrag vertoonde leek het ons niet verstandig dit pad te volgen.

Het waterrad van de papiermolen in Sorgue-Fontaine-de-VaucluseWel hebben we nog de papiermolen bezocht die je niet kan missen als je weer terug naar de loopt. Hoewel we uit de Zaanstreek komen waar je al op de basisschool wordt meegenomen naar een papiermolen vonden we dit allemaal een interessant bezoekje. Het grote verschil is natuurlijk dat het hier gaat om een watermolen en niet met een windmolen zoals in Nederland.

Video van Fontaine-de-Vaucluse

Beelden van Fontaine-de-Vaucluse

E-Magazine Vaucluse

In bezit een ereader of tablet? Download dan het E-Magazine over de Vaucluse. Deze lees lekker je op je vakantieadres en ontdek je mooiste dorpen en leukste plekken.


Downloaden doe je hier >>

Kaart van Fontaine-de-Vaucluse en omgeving


Les plus beaux villages de France
weergeven op een grotere kaart

Thouzon: grot in de Vaucluse *

Stalactieten in de grot van Thouzon in de VaucluseZoals bij bijna alle grotten in Frankrijk mag je hier alleen met een gids naar binnen. Bij ons bezoek alleen in het Frans maar dat is niet zo heel erg. De grot zelf is niet heel erg groot, zo’n 230 meter lang. Verwacht hier dus niet flinke stukken lopen want daarvoor is het veel te klein. Het is allemaal op het zelfde niveau dus ook als je niet zo goed ter been bent is een bezoek goed te doen. Vanwege het kleine parcours stop de rondleiding om de paar meter waarbij de gids er niet van terug schrikt een lang verhaal af te steken. Bij de ene stop is dat interessanter dan de andere.

De grot is ontstaan zo’n 60 miljoen jaar gelden ontstaan door het water dat door het heuvel door sijpelde. Het water verzamelde zich in een ruimte dat langzaam het kalk begon op te lossen. Toen het water voldoende ruimte kreeg ontstond de grot.

Dit is een redelijk standaardverhaal voor een grot en die in Thouzon is dan ook niet heel bijzonder. Het enige wat wel bijzonder is zijn de delicate stalactieten die hier aan hangen. Deze zijn heel dun, hol en doorzichtig en het zijn één van de mooiste die ik in Frankrijk heb gezien.

Is dat de moeite waard om de grot te bezoeken? Misschien wel en zeker als je nog nooit in een grot bent geweest of er de Mistral buiten je vakantie probeert te verzieken. Als je al vaker in een grot bent geweest ga je die Thouzon na een paar jaar niet meer herinneren.

Gorges de la Nesque: de mooiste kloof van de Vaucluse ***

Gorges zijn altijd goed

Zo ging het ook in de Vaucluse tot ik een bord ‘Gorges de la Nesque’ zag staan. Ik ben gevoelig voor het woord ‘gorges’. Ik wil altijd zien hoe de kloof eruit ziet. Soms valt het tegen maar vaak hebben we een prima middag of ochtend in een gorges. De kloof van de rivier de Nesque viel alles behalve tegen.

De gorges is uitgesleten door de rivier de Nesque maar dat hadden oplettende lezers natuurlijk al uit de naam gehaald. De rivier ontspringt op de oostelijke helling van de Mont Ventoux en komt na zeventig kilometer uit in de Sorgue bij de Pernes-les-Fontaines.

Daarbij loopt hij zeventien kilometer door een indrukwekkend kloof die op sommige punten meer dan vierhonderd meter diep is.

De weg langs de gorges, de D942, loopt van Villes-sur-Auzon naar Monieux. Maar je kan de route natuurlijk ook andersom rijden maar dat zou ik toch afreden. Vanaf Villes-sur-Auzon bouwt het geologische spektakel zich mooi op waardoor je het mooiste stuk lekker op het laatst hebt.

Hoewel de Gorges de la Nesque behoorlijk diep is, is de weg langs de rivier niet steil. Dit maakt de route zeer geschikt om met de fiets te verkennen. De weg is wel redelijk smal en dat heeft zijn voordelen want vrachtverkeer is hier verboden. Je hoeft dus niet bang te zijn dan je een tientonner moet passeren. Het hoogteverschil bedraagt slecht vijfhonderd meter en dat maakt het ook voor de minder getrainde fietser goed te doen.

Wandelroutes

Uitzicht op de kloof van de Nesque in de Vaucluse Frankrijk

Wie wil wandelen kan ook terecht in de gorges. Er zijn verschillende wandeltochten uitgezet. Omdat hier niemand woont en ook geen restaurants of iets dergelijks zijn, zal je al je eten en drinken zelf mee moeten nemen, maar voor een beetje wandelaar is dat natuurlijk geen probleem.

Wij hebben de tocht gemaakt met de auto en dat is een feest. De weg vanaf Ville-sur-Auzon begint relatief rustig en slingert door een prachtig landschap met eiken en rotsen. De rivier is laat zich zo af en toe zien maar verder is er niets anders dan de weg. Na een kilometer of twaalf maakt de weg een scherpe bocht en begint langzaam het spektakel.

De weg begint meer te slingeren en aan de andere kant van de kloof ontvouwt zich een enorme rotspartij. Het uitzicht wordt elke honderd meter indrukwekkender en nodigt uit om even uit de auto te gaan om van het uitzicht te genieten. Dat zou ik dan ook zeker doen en dat kan op verschillende plekjes.

Ongeveer zes kilometer verder maakt de weg nog een grote bocht en daar is de Gorges de la Nesque op zijn mooist. Onderin de kloof staat de kleine kapel Saint Michel maar die is vanaf de weg niet te zien. Om hem te ontdekken moet je een redelijk steil wandelpad naar beneden nemen.

Uitzicht op de Gorges de la Nesque in de Provence, Frankrijk

Uitzicht vanaf één van de hoogste punten.

Het laatste stuk naar Monieux is nog altijd spectaculair en tijdens één van onze tochten reden we hier een gigantisch onweers- en hagelbui in waarbij we echt even vijf minuten moesten stoppen omdat ik echt niets meer kon zien. Vijf minuten later scheen de zon weer. Het kan dus behoorlijk spoken hier en dat is wel iets waar je rekening mee moet houden als je fietst of wandelt.

Een paar kilometer verder rij je de kloof weer uit en ben je plots weer in de bewoonde wereld.

De Gorges de la Nesque is niet de grootste, langste en hoogste kloof in de Provence maar wel één van de mooiste. Hij ligt een beetje verscholen op het plateau van de Vaucluse dat toch best dicht bevolkt is en ik vind hem wel één van de mooiste die ik heb gezien.

Abbaye de Sénanque: het mooiste klooster van Frankrijk *****

Abbaye de Sénanque in de Vaucluse bij Gordes

Het kloostercomplex doemt in één keer op als je de binnenweg vanuit Gordes neemt.

Maar goed dat geldt niet voor dit klooster. Wij zijn er vaak geweest en elke keer keer word ik weer heel blij. De combinatie van het ruige landschap, de droge natuur, de lavendeltuinen en de Romaanse architectuur maakt mij iedere keer weer vrolijk en gelukkig.

Alleen de weg naar het klooster is al een feestje. Vanaf Gordes heb je het mooiste uitzicht op de abdij maar ik vind de weg (D4 en dan D177) vanuit Venasque eigenlijk mooier. Hier rij je door een mooie nauwe kloof en zo krijg je een beetje het gevoel dat je naar een verborgen plek gaat en dat maakt het extra speciaal.

Cisterciënzer klooster

Sénanque is een cisterciënzer klooster en die liggen altijd afgelegen. Dat is geen toeval en het ligt zelfs aan de basis van orde die in elfde eeuw is opgericht. De orde was een reactie op de Benedictijnse kloosters die door succes zich steeds minder richtte op hun geestelijke taken. De cisterciënzers wijzen alle luxe en welvaart af en leven zoveel mogelijk in eenzaamheid. Zo, is het idee, leef je een leven dat het meest lijkt op die van Jezus.

De cisterciënzers kloosters die in de loop van de twaalfde eeuw werden gesticht zijn dus allemaal gebouwd op zogenaamde ‘woeste gronden’; een afgelegen plek en het liefst op grond waar landbouw niet makkelijk is. Deze eenvoudige en harde manier van leven is ook terug te vinden in de architectuur van de kloosters. De kerken en gebouwen van de cisterciënzers hebben bijna geen versieringen maar slechts duidelijke en eenvoudige vormen die samen met de natuurlijke omgeving bijna altijd voor een unieke sfeer zorgt. Het zijn daarom altijd fascinerende plekken. In Bourgondië is ligt bijvoorbeeld Fontenay, dat ook mooi in de natuur ligt.

Abbaye de Sénanque in de Provence is een Romaans klooster dat midden in de natuur ligt.

Het oudste gedeelte van de abdij is in de twaalfde eeuw gebouwd en heeft perfecte vormen en verhoudingen.

Voor de sfeer zit je wel goed bij de abdij van Sénanque. Het klooster ligt in een vallei waar ook de parkeerplaats is. Vanaf de parkeerplaats loop je vervolgens tussen de lavendelvelden. Nu ben ik er alleen in de zomer geweest maar met de kleuren en de geur van de bloemen, het silhouet van de bergen met op de achtergrond het klooster lijkt het alsof je in een ansichtkaart loopt. Zeker als het niet heel erg druk is, ’s morgens vroeg bijvoorbeeld, is het een heerlijke ervaring naar het klooster te lopen.

Er wonen nog altijd, of eigenlijk weer, monniken in het complex. Het zijn er niet heel veel maar het is toch mooi dat dit oude gebouw zijn oorspronkelijke functie terug heeft. Al moet ik er persoonlijk zelf niet aan denken om een monnik te zijn.

Bewogen verleden

De geschiedenis van het klooster is behoorlijk roerig met succes, tegenslag, hebzucht, verraad en moord en brand. Tegenwoordig zouden we er een reality soap van maken. Aan het begin van de twaalfde eeuw vestigden zich hier cisterciënzer monniken uit Mazan, leuk stadje trouwens, en dat blijkt een groot succes. De strenge leefregels inspireert veel gelovigen die zich aansluiten of doen een gift. Het klooster groeit snel en herbergt naast monniken ook lekenbroeders die voor de landbouw zorgen. Zo rond 1250 is Sénanque groot genoeg om een tweede klooster te stichten de Vivarais.

Probleem met succes

De rijkdom dat door het succes wordt vergaard is echter een probleem voor een cisterciënzers. Luxe is in strijd van met de strenge leefregels van de orde en dat was juist de reden om de orde op te richten. Het bloed kruipt echter toch waar het niet gaan kan en de bewoners van het klooster vervallen zo nu en dan in een decadent leventje.

Verwoesting

Het koor van de kloosterkerk van Sénanque

Het interieur van de kerk is net als de buitenkant uiterst sober uitgevoerd en doet zo recht aan de levenswijze van de cisterciënzer orde.

In de zestiende eeuw gaat het goed mis. In heel West-Europa was de religieuze spanning te snijden en ook in Frankrijk staat de boel op scherp. Katholieken en protestanten sloegen elkaar geregeld de hersenen in en ook Sénanque is niet aan dit geweld ontkomen. In 1554 plunderden de Waldenzen het klooster waarbij de boel grondig werd verwoest waarbij de geestelijken werden opgehangen. Zo ging dat toen.

Van dit bloedbad is het klooster eigenlijk nooit meer hersteld. Er gaan wel weer monniken wonen in de abdij maar het wordt er nooit meer zo druk. Aan het einde van de achttiende eeuw wonen er nog slechts twee broeders wanneer de Franse Revolutie uitbreekt. De revolutioneren nationaliseren al het kerkelijk eigendom en Sénanque wordt verkocht aan de hoogste beider. Gelukkig komt het complex in handen van iemand die de boel wil behouden en conserveren.

Halverwege de tweede helft van de negentiende eeuw komen de monniken weer terug en er wordt zelfs een nieuwe vleugel gebouwd. Maar de toekomst van het gebouw ligt niet in het religieuze en dat wordt pijnlijk duidelijk als in 1969 de vijf overgebleven monniken vertrekken. Ze kunnen het complex niet meer onderhouden. Er wordt een huurder gevonden die er een cultureel centrum van maakt. Het gebouw wordt opgeknapt, de tuin aangepakt en er worden concerten gegeven. Het wordt een succes en in 1988 komen zelfs weer de monniken wonen.

De mooiste

Ik vind het klooster van Sénanque één van de mooiste Romaanse bouwwerken en eigenlijk één van de mooiste gebouwen van Frankrijk. Het gebouw zelf, en dan met name het kerkje, is niet zo groot maar heeft perfecte verhoudingen. Daarbij hebben de bouwers gebruik gemaakt van eenvoudige vormen die we nog allemaal kennen uit ons wiskundeboek van de middelbare school. Deze hebben precies de goede grote en zijn vervolgens perfect op elkaar gestapeld. En dat is precies zoals de Romaanse bouwkunst bedoeld is.

Opvallend is dat versieringen niet te vinden zijn. Deze soberheid past heel goed bij de cisterciënzers want die orde schrijft een leven zonder luxe en genot voor. Uitzondering hierop is het kloosterhof waarvan de kapitelen zijn versierd. Voor de monniken moet dit zo’n beetje de enige vorm van entertainment zijn geweest, verder was het vroeg opstaan, hard werken, studeren en vooral veel bidden. Zelf het eten mocht niet te veel vreugde opleveren. Iets wat je je bijna niet kan voorstellen in de huidige Franse cultuur.

Ik weet dat de titel van dit artikel een pretentieus is maar ik wat ik heb gezien van Frankrijk is Sénanque een magische plek waar de eerlijkheid van de Romaanse bouwkunst perfect past in de prachtige omgeving. Als je in de buurt bent moet je jezelf niet te kort doen en deze bijzondere plek bezoeken.

Mont Ventoux: de indrukwekkendste berg van Frankrijk *****

De Mont Ventoux is ouder dan de Alpen. Zo’n 250 miljoen jaar geleden lag het zuiden van Frankrijk onder een zee. Omdat het Italische schiereiland nog niet tegen Europa was gebotst waren de Alpen nog plat. De bodem van deze zee had enkele ruggen en de Mont Ventoux was er één van. Tweehonderd miljoen jaar later viel de zee voor een gedeelte droog en zorgde de vorming van de Alpen ervoor dat het plateau van de Vaucluse, en dus ook de Mont Ventoux, omhoog werd gedrukt. Na een tijdje een eiland geweest te zijn trok de zee zich verder terug en het resultaat was een kale berg in een aantrekkelijk landschap.

Tour de France

De berg is vooral bekend van het fietsen, en met name de Tour de France. In tegenstelling tot de Alp D’Heuz wordt de Mont Ventoux niet zo heel vaak meegenomen in het parcours. Zo eens in de vier a vijf jaar beklimmen de renners deze berg en elke keer staat dat gerand voor spektakel. Elke bocht en elk steil stuk is wel het toneel geweest van een wielerverhaal waar ook waar Mart Smeets nog zijn hele leven lang boeken over kan schrijven.

Het bekendste verhaal is die van Simpson, die het leven liet tijdens de beklimming. Ikzelf was toen nog niet geboren maar ik kan mij de etappe uit de Tour van 1987 nog goed herinneren. Op een snikhete dag beklommen de renners één voor één de Mont Ventoux en ik bekeek deze op de kleine televisie van de bar op een camping bij Fréjus. Jean-Francois Bernard won voor Roche en Hererra en dat vonden de aanwezig Fransen in de bar prachtig. Ik sloot mij daarbij aan want de man reed zich helemaal kapot en je kon heel goed aan hem zien hoe zwaar de beklimming is. Wat een held!

Ik heb de berg nooit beklommen want wij hebben nooit fietsen mee en een geschikte fiets huren in Frankrijk als je ruim twee meter bent is niet echt makkelijk. Daarbij heb ik de conditie er niet voor en ben ik een slechte klimmer. Ik ken wel een aantal mensen die hem hebben bedwongen en daarvoor heb ik groot respect.

Wielertoerisme

Monument Tom Simpson op de Mont Ventoux

Het monument van Tom Simpson op de Mont Venoux. Deze Britse renner stierf bij de beklimming van de berg tijdens de Tour de France in 1967.

In de zomer is de omgeving van de Mont Ventoux helemaal ingericht voor het wielertoerisme. Vooral het dorp Bédoin waar de bekendste route naar de top begint staat in de zomer helemaal in het teken van de beklimming en dat is leuk om te zien. Niet alleen is het dorp bijzonder aardig en heerst er een gezellige drukte maar het is ook leuk om te zien wie er zoal een poging wagen de Mont Ventoux te beklimmen. Tot begin jaren zeventig van de vorige eeuw was de berg ook het decor van een autorally, maar dat bleek te gevaarlijk en de race naar de top werd geschrapt.

De route naar boven via Bédoin is prachtig en het was ook de route van de klimtijdrit in 1987 en de meest gebruikte in de Tour. Deze voert door het bekende bos waar je nog niet het gevoel hebt dat het heel erg steil is. In de auto tenminste want de fietsers die je passeert hebben het zwaar. Het bos is prachtig en het duurt lang voordat je de boomgrens bereikt. Wanneer je die passeert op zo’n 1.600 meter hoogte beland je in een andere wereld. Binnen een paar bochten verandert het landschap dramatisch en bevind je je in het maanlandschap waar de Mont Ventoux zo bekend om is. De weg is hier steil, de afgrond nog steiler en het is nog een pittig stuk naar de top.

Voordat je die bereikt kom je langs het monument van Simpson waar veel wielrenners hun bidon achterlaten. Het is aan te raden om hier even te stoppen en eenmaal buiten de auto maak je kennis met het andere fenomeen waarom de berg zo beroemd is: wind. Het waait hier namelijk bijna altijd. De plek bij het monument is niet alleen bijzonder omdat hier de bekendste wielerdode is gevallen, maar hier heb je ook een uitzonderlijk uitzicht op zowel de top als de Vaucluse. Anderhalf kilometer onder je ligt Carpentras en Avignon, de beroemde wijnranken van Chateaneuf du Pape en bij helder weer kan je de blauwe water van de Middellandse Zee zien schitteren.

Op de top hebben de Fransen een rare toren gebouwd die doet denken aan een raket. Met de auto is het hier krap en je moet goed uitkijken voor vermoeide wielrenners. Voordat je het weet heb je er één op de motorkap. Uitstappen is een must en als het weer het toelaat is het aan te raden om hier een wandeling te maken. Dat is even klimmen maar als je een paar honderd meter loopt is er bijna niemand meer. Eenmaal weg van de drukte en het verkeer word je bewuster van de omgeving en kan je beter van het indrukwekkende landschap ervaren.

Uitzicht op de Alpen vanaf de Mont Ventoux

Uitzicht op de Alpen vanaf de Mont Ventoux

Overbodig om te zeggen dat dit ook een uitstekende plek is voor een kleine picknick. Maar reken er niet te veel op want het weer kan hier roet in het eten gooien. Niet alleen de wind kan een picknick bederven, het kan hier ook koud zijn. Wij hebben een keer meegemaakt dat het boven 8 graden was terwijl het beneden rond de 30 was. Sta je daar in je t-shirt en je korte broek. Gemiddeld is het verschil zo’n 11 graden met beneden maar het kan dus meer zijn. Neem dus altijd een trui mee hoe mooi het ook weer is. Het panorama moet nog mooier zijn bij zonsopgang maar dat hebben wij niet meegemaakt.

Microklimaat van de Mont Ventoux

Ik ben alleen in de zomer op de top geweest maar het moet er ook heel mooi zijn in de lente en de herfst. In de winter is de top gesloten omdat er dan sneeuw ligt en is het alleen te bereiken op ski’s. In elke seizoen is de natuur anders maar de kleuren zijn altijd intens. De natuur op de berg is sowieso bijzonder. Dit komt omdat er verschillende klimaten zijn op de Mont Ventoux. Aan de voet groeien de gewone Provençaalse planten en bomen maar op de top heerst een klimaat die vergelijkbaar is met die van de Alpen. Hier groeien planten die je in de hoogste toppen van Europa en in Groenland vindt.

De bossen op de hellingen van de Mont Ventoux zijn minder oud dan je zou verwachten. Tot de zeventiende eeuw werden de helling beheerst door bossen zoals ze dat nu ook doen. Maar in de eeuwen daarna werden de bomen steeds sneller gekapt om de honger naar hout van de scheepsindustrie in Toulon te stillen. Rond 1840 waren de bomen op en was de hele berg en de rest van de omgeving kaal. Dat beviel kennelijk niet want ruim twintig jaar later begon een uitgebreid herbebossing programma met het resultaat zoals we dat nu kennen. Gelukkig maar, al is het jammer dat er geen foto’s zijn een compleet kale Mont Ventoux, het lijkt mij een indrukkend gezicht.

Séguret: dorp boven de wijnranken ***

Het dorp is alleen voor bewoners met de auto toegankelijk en dus parkeer je op een grote parkeerplaats vlak voor het dorp. Het pad vanaf de parkeerplaats is redelijk steil, waardoor ik op mijn slippers goed moest oppassen. Gelukkig even maar, want het pad is niet lang.

Het dorp Séguret in de Vaucluse, Provence Frankrijk

Het dorp gezien vanaf de wijngaarden.

Een poort geeft toegang tot het dorp, waarna de weg zich vervolgt langs mooie pandjes met daarin de gebruikelijke ateliers waar plaatselijke kunstenaars hun waar uitventen. Aan de rechterkant heb je een prachtig uitzicht op het Rhônedal.

Kerststal

Fontaine des Mascarons in het dorp Séguret, Provence Frankrijk

De Fontaine des Mascarons is een monument en beroemd. Ik zag het verschil niet met andere fonteinen.

Naast wijn is het dorp bekend om zijn kerstviering en met name zijn kerststal. Al sinds mensenheugenis is het traditie dat er in december een levende kerststal wordt tentoongesteld. Dat is tegenwoordig geen reden meer om naar de Provence af te reizen, want tegenwoordig heeft elk zichzelf respecterend tuincentrum een levende kerststal staan, inclusief bijverdienende tieners met smartphone geluidjes.

En net als bij ons, is het in Séguret ook mogelijk om zo’n kerststal in het klein aan te schaffen. Ze hebben er daar in het dorp echt iets van gemaakt, want in tal van winkeltjes kan je schaalmodellen van het gelukkige gezin krijgen. Daarbij moet wel gezegd worden dat de beeldjes prachtig zijn vervaardigd. Als je er van houdt kan je hier je hart ophalen, ook in de zomer.

Fontaine des Mascarons

Naast de keerstuitstalling is het dorp tevens bekend om zijn fontein. Deze Fontaine des Mascarons staat in het begin van het dorp en stamt uit de zestiende eeuw. Het is een fraai werkje met drie maskers die dienen als waterspuwers.

Het kerkje staat hoger op de berg en die bereik je via prachtige straatjes, die in juli vol staan met planten en bloemen. De sfeervolle straatjes en steegjes zijn hier en daar best steil en zijn bestraat met kasseien. Bovenaan de berg vind je de kerk, die bij ons bezoek helaas was gesloten. Naast de kerk vind je hier de resten van een kasteel, een oriëntatietafel en natuurlijk een prachtig uitzicht.

In de buurt van Séguret

De Vaucluse is een prachtig stukje Frankrijk waar veel te zien is. In het westen ligt Orange, een Romeinse stad met een fraai theater en een Nederlandse connectie. Ten oosten van het dorp ligt de Mont Ventoux en in het zuiden Avignon met zijn prachtige binnenstad.

Lourmarin: het dorp waar je het leven wil vieren ***

Lourmarin-frankrijk-provence-vaucluse-mooi-dorp-kasteel-binnenplaats

De binnenplaats van het kasteel van Lourmarin.

Het kasteel van Lourmarin wordt nu gebruikt voor tal van culturele activiteiten, zoals concerten en lezingen. Tevens is er een academie gevestigd waar jongeren een spoedcursus in talen, cultuur en geschiedenis krijgen. Als ik tiener zou zijn, had ik mij daar een paar weken in de zomer uitermate goed vermaakt. Het slot is gewoon open voor publiek en er zijn ook leuke speurtochten voor kinderen.

In het verleden is het niet altijd pais en vree geweest in Lourmarin. Tijdens de godsdienstoorlogen in de zeventiende eeuw koos het dorp de kant van de hugenoten. Dat bleek in 1545 een vrij ongelukkige keuze te zijn, want toen werd het dorp platgebrand door de katholieken. Gelukkig is het vandaag weer allemaal netjes opgeruimd en weer opgebouwd.

Toch zijn er nog steeds brokstukken uit dit bewogen verleden te vinden in het mooie dorp in de Vaucluse. Zo staat er midden in het centrum een protestantse kerk. En hoewel je weet dat Frankrijk een hugenoten verleden heeft, is het als Hollander toch vreemd om zo zuidelijk ineens voor zo’n kerk te staan.

Lourmarin-frankrijk-provence-vaucluse-mooi-dorp-kasteel-protestant-kerk

Een protestante kerk in het zuiden van Frankrijk kom je niet zo snel tegen.

Vlakbij deze kerk staat één van de vele fonteinen die er in Lourmarin staan. Deze is wel één van de leukste. De fontein heeft twee waterspuwers in de vorm van twee hoofden van mannen. De hoofden hebben twee baarden van mos en dat geeft een erg leuk effect.

Bekende inwoners

Als je door de straatjes van het dorp loopt en één van de vele galeries bezoekt dan wordt het je wel duidelijk dat hier veel kunstenaars wonen. Ook in het verleden was Lourmarin een geliefde plek voor creatieven om inspiratie op te doen. Beroemde schrijvers als Henri Bosco en Albert Camus hadden hier een huis.

Maar ook nu nog wonen er schrijvers. De meest bekende is de Brit Peter Mayle die bekend is van zijn boek ‘A good year’. Het boek speelt zich af in Menerbes maar is verfilmd in Gordes. De film is trouwens een prima manier om een regenachtige winterdag in Nederland door te komen. Het succes van de boeken van Mayle heeft wel tot gevolg gehad dat een groot deel van het Engelssprekende deel van de wereldbevolking de Luberon als toerist wil bezoeken.

Combe de Lourmarin

Vlakbij het dorp ligt de Combe de Lourmarin. Dit is de geologische grens tussen de Grand- en Petit Luberon. Het vrij smalle dal, of kloof eigenlijk, wordt de basis van een spectaculair landschap met hoge rotsen. Als het niet al te heet is, dan is een wandeling naar deze kloof een aanrader.

Venasque: oud dorp in de Vaucluse ***

venasque-vaucluse-dorp-frankrijk-kerktoren

De kerktoren van Venasque.

Het plateau van de Vaucluse is een kalkplateau waar verschillende rivieren lopen. Deze riviertjes zetten slib af dat zorgt voor uiterst vruchtbaar land. Hierdoor is de Vaucluse al eeuwen een belangrijk gebied waar steden als Avignon, Orange en Carpentras konden ontstaan.

Merovingische doopkapel

venasque-vaucluse-dorp-frankrijk-uitzicht

Vanaf het dorp heb je prachtig panorama.

Ook cultureel was Venasque een belangrijke plaats in de middeleeuwen. De Merovingers, de voorlopers van de Karolingers, bouwden er een doopkapel die er nu nog staat. Hoewel het bouwwerk in de elfde eeuw flink is verbouwd, geldt de kapel als één van de oudste christelijke gebouwen van Frankrijk. Verplichte kost bij een bezoek aan dit Franse dorp!

Het interieur van de doopkapel in Venasque, Vaucluse Frankrijk

Het interieur van de doopkapel in Venasque.

In de twaalfde en dertiende eeuw behoorde het dorp toe aan de graaf van Toulouse. In die tijd kreeg het dorp nog meer status aangezien er een bisschop zetelde. Helaas voor de graaf moest hij de streek na de kruistocht tegen de Albigenzen die hij verloor afstaan aan de Franse koning. Aan het einde van deze eeuw veranderde het gebied weer van eigenaar. Dit keer was het Paus Gregorius X die er de baas werd. Hij kreeg het uit handen van Philips de Stoute, op zijn minst een aardig cadeau zou je zeggen. Het pauselijke bezit in het zuiden van Frankrijk zou een paar decennia later de basis vormen van het besluit om in Avignon te gaan wonen.

De streek kwam nooit meer in handen van de Franse koning. Pas in 1791 behoorde het weer bij Frankrijk, maar toen was de koning inmiddels van het politieke toneel verdwenen. Twee jaar later verloor hij zelfs zijn hoofd. In de pauselijke tijd ontwikkelde de Vaucluse zich economisch en werd er een centraal bestuursapparaat gevormd.

Wandelen in het dorp

Het dorp nodigt uit om lekker een uurtje rond te wandelen. Het heeft mooie herenhuizen, straatjes en prachtige pleintjes met fonteinen. In het kerkje vind je een uniek altaarstuk. Een kunstig houtsnijwerk dat waarschijnlijk in Avignon is gemaakt.

Eten kan je ook prima in één van de twee restaurants. In Les Remparts heb je vanaf de eetzaal een fijn uitzicht over de vlakte. Bij de fontein vind je de Auberge La Fontaine. Dit restaurant heeft zowaar een video op Youtube

In de omgeving van Venasque

Het zuiden van de Vaucluse barst van de leuke dorpjes en stadjes. Vlakbij Venasque liggen GordesRoussillon en Ménerbes, stuk voor stuk `Beaux Villages´. Maar er zijn tal van schilderachtige dorpen in deze streek. Steden als Carpentras, Avignon en Marzin zijn ook meer dan het bezoeken waard.

Wie meer van natuur houdt, kan natuurlijk niet om de Mont Ventoux heen. Maar ook de Gorges de la Nesque is zeer bijzonder.

Ménerbes: op de top van de Luberon ***

menerbes-dorp-provence-vaucluse-poort-kerk

Naast de poort van Ménerbes staat een klokkentoren.

De populariteit van de plek is niet zo raar. De berg waarop het dorp is gebouwd, geeft een goed uitzicht over het Luberon gebergte. Dat is niet alleen mooi, maar het is ook strategisch belangrijk, omdat je dan makkelijk je tegenstander ziet aankomen. Volgens Nostradamus, die in Aix woonde, heeft het dorp de vorm van een boot. Hoewel deze man wel meer dingen zag die anderen niet zagen, kan je met een beetje fantasie inderdaad in de vorm van het dorp een boot ontdekken.

Een beetje dorpje van aanzien in Frankrijk heeft natuurlijk kunstenaars binnen zijn gemeentegrenzen wonen. Zo ook in Ménerbes, waar verschillende kunstenaars en creatievelingen leefden, en niet de minste. Iemand als Picasso mocht hier graag komen, zijn muze Dora Maar woonde hier, en Nicolas de Staël had er een huis. Maar ook schrijvers als Albert Camus en Francois Nourissier waren inwoners van het dorp in de Vaucluse.

Klinkende namen waarvan je zou denken dat ze genoeg toeristen zouden trekken. Maar de echte doorbraak van Ménerbes kwam in de jaren negentig van de vorige eeuw toen Peter Mayle het boek ‘A year in the Provence’ publiceerde. Het werd een internationale bestseller. Het boek vormt de basis van de film ‘A good year‘ met Russel Crowe in de hoofdrol. De film werd trouwens opgenomen in Gordes, dat niet zo ver hier vandaan ligt. Daarnaast werd het boek ook gebruikt voor een televisieserie.

menerbes-dorp-provence-vaucluse-kerk

Het kerkje in Ménerbes.

Dankzij dit boek en de film stond Ménerbes in één keer op de toeristische wereldkaart en sindsdien rijden er bussen met Amerikanen en Japanners af en aan. Gelukkig niet toen wij Ménerbes op een dinsdagochtend in augustus bezochten.

Burgemeester

Een andere bekende inwoner van Ménerbes is de burgemeester: Yves Rousset-Rouard. Hij was de producent van de Emmanuelle films in het begin van de jaren zeventig, met natuurlijk ‘onze’ Sylvia Kristel in de hoofdrol.

Yves is een veelzijdig man, want naast het produceren van films en het zijn van een magistraat is hij tevens een verzamelaar van kurken. Net als postzegels lijkt het erop dat de kurk zich langzaam maar zeker uit ons leven aan het verwijderen is door het toedoen van die malle schroefdop die je ook steeds meer op Franse wijnflessen aantreft. De beste man verzamelde zo veel kurken dat er een museum voor is gemaakt; Musée du Tire-bouchon.

Voor de lekkerbekken is het zeker interessant om een kijkje te nemen in het Maison de la Truffe et du Vin. Hier is het mogelijk om meer te weten te komen over twee van de lokale lekkernijen, truffels en wijn. En hoewel wij er niet binnen zijn geweest, te veel kinderen, denk ik dat je er ook wel iets kan proeven.

menerbes-dorp-provence-vaucluse-kapelletje

De kapel net buiten Ménerbes.

Tot slot ligt even buiten het dorp de Abdij van St-Hilaire. Wij zijn er niet geweest, maar gezien de website heb ik daar een beetje spijt van. Maar die ontdekte ik pas nadat we in Ménerbes waren geweest.

Waar we ook zijn geweest, en wat zeker de moeite waard is, is een oud kapelletje. Deze ligt aan de noordkant, net buiten het dorpje. Bij de poort staat de kapel al aangegeven die je na een korte maar mooie wandeling bereikt. De kapel is niet helemaal meer in nieuwstaat, maar dat vind ik juist wel mooi. Hopelijk houden ze dat zo.

Na de wandeling naar het kappeltje besloten we een kop koffie te drinken bij het tentje bij de ingang van het dorp. Het grote terras zag er uitnodigend uit. De bediening was dat niet, ik kan mij niet precies herinneren wat er aan de hand was, maar echt gezellige lui waren het niet.

Goed eten kan je wel in Ménerbes. In de rue du Cheval Blanc zit Auberge de la Bartavelle, waar je prima kan lunchen en dineren.

Roussillon: schilderachtig dorp van oker ****

Roussillon-provence-oker

Roussillon ligt op een berg vlak naast een okermijn.

Zo wordt in de verfmolen De Kat op de Zaanse Schans nog altijd oker uit Roussillon gebruikt om verf te maken. We weten dat dit pigment uit de Luberon ook door de Hollandse Meesters in de zeventiende eeuw werd gebruikt. Het is vrijwel zeker dat Rembrandt zijn verf maakte met oker uit deze mijn. Om maar iemand te noemen.

Romeinen

Maar hier wordt al veel langer oker gewonnen. De Romeinen waren hier al druk met het pigment en ook zij gebruikte het oker om kleur te geven aan tal van zaken. En dit is eigenlijk nooit meer opgehouden. Je kan dus gerust zeggen dat heel veel Europese kunst is gemaakt met het spul dat hier uit de grond komt.

De wandeling door de mijn, of groeve, duurt ongeveer een uur en leidt je door diepe kuilen, halve grotten en bizarre half afgegraven bossen. Trek voor deze wandeling niet je pas aangeschafte maatpak van Armani aan, want je wordt ongetwijfeld stoffig en omdat het stof pigment bevat krijg je het ook zeer moeilijk uit je kleren.

Voor kinderen is het een feest om de mijn te bezoeken. Ze kunnen er heerlijk rennen door dit bizarre landschap. Onze kinderen vonden het fantastisch.

Wij bezochten Roussillon en de mijn samen met een ander gezin midden in de zomer. Een paar jaar later hebben hier even verderop ook de Tour de France nog voorbij zien rijden.

Roussillon-provence-okermijn-brug

Een wandeling door de okermijn, of groeve, is een echte belevenis.

Het zal je niet verbazen dat het midden in augustus behoorlijk druk was in het dorp. Gelukkig is de okermijn groot genoeg om flink wat toeristen te herbergen zonder dat je daar nu echt last van hebt. De ingang van de mijn ligt een paar honderd meter van het dorp af en om erin te mogen moet je een klein bedrag betalen. Maar dat is absolute de moeite waard. Ten eerste is het best interessant om iets te leren over het pigment zelf, hoe het wordt gebruikt en hoe lang het al wordt gebruikt en door wie.

Unieke ervaring

Maar bovenal is de wandeling door de okermijn een unieke ervaring die je lang zal bijblijven. Je loopt door een uniek landschap dat half natuur en half door de mens is gemaakt. Hoewel het best groot is heeft het een aangename schaal waar je je nooit verdwaald in voelt.

En dan de kleuren. Vooral op de plekken waar het oker is afgegraven zijn de kleuren heel intens. De zomerzon maakte het tijdens ons bezoek nog eens extra kleurrijk waardoor de wandeling bij mij al een zeer bonte herinnering bijgebleven.

Het dorp

De wandeling is prima te doen voor iedereen die redelijk ter been is. Tijdens de tour kunnen kinderen lekker hun eigen gang gaan want veel gevaar is er niet, maar trek niet hun nieuwste kleren aan.

Na een wandeling in de okermijn is het tijd voor het dorpje. Het is er niet zo druk, wel gezellig en je vindt er natuurlijk een soort van museum over de oker en er zijn tal van leuke terrasjes te vinden waar je even wat kan drinken na de wandeling.

Het pleintje biedt genoeg afleiding om eens lekker te kijken genieten van een drankje en na te praten over de okermijn of andere belangrijke zaken van het leven. Het gemeentehuis is prachtig maar ook de andere huizen, die dateren uit de zeventiende eeuw, ademen een heerlijke sfeer.

Als je weer op adem bent, is een wandeling naar de kerk de moeite waard. Het straatje naar de kerk toe is één van de schilderachtigste die ik in Frankrijk heb gezien.

Roussillon-provence-straatje-kerk

Hoewel niet echt talrijk, zijn de straatjes in Roussillon uitermate schilderachtig.

Hoewel Roussillon op Gordes na de meeste toeristen per jaar weet te trekken viel het qua drukte in het dorp zelf mij mee.
Er waren zeker wel mensen maar niet belachelijk veel. Ik heb het vermoeden dat de meeste toeristen alleen de okermijn gaan bekeken.

Jammer natuurlijk want het is een leuk dorpje maar de rust is natuurlijk ook wel fijn. Drink dus fijn een drankje op één van de terrassen na het bezoek naar de okermijn.